TEN strijde tegen corona hebben wij voor u de meest gestelde vragen op een rij gezet. Lees meer Helpdesk

Wet- en regelgeving 2021

Nieuwe wet- en regelgeving 2021

Uncategorized

Nieuwe wet- en regelgeving 2021

Op deze pagina hebben wij voor u de nieuwe wet- en regelgeving 2021 op een rij gezet. Het gaat om nieuwe wetten en regelingen op het gebied van het arbeidsrecht, ondernemingsrecht, vastgoedrecht en faillissementsrecht.

Arbeidsrecht
Ondernemingsrecht
Faillissementsrecht
Vastgoedrecht

Arbeidsrecht

Besluit compensatie transitievergoeding bedrijfsbeëindiging

Vanaf 1 januari 2021 kunnen werkgevers in aanmerking komen voor compensatie van betaalde transitievergoedingen bij beëindiging van de onderneming wegens pensionering of overlijden van de werkgever. Het doel van het compensatiebesluit is om te voorkomen dat werkgevers (of de erfgenamen) die als gevolg van pensionering of overlijden de onderneming moeten beëindigen en in dat verband de werknemers moeten ontslaan, het privévermogen moeten aanspreken, terwijl zij vanwege de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten naar verwachting al met een inkomstenachteruitgang worden geconfronteerd.

Voor het in aanmerking komen voor compensatie gelden een aantal cumulatieve voorwaarden:

  • Het UWV moet voor minstens één werknemer toestemming hebben gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen, en specifiek omdat arbeidsplaatsen vervallen wegens pensionering of overlijden van de werkgever. Als het UWV hiervoor geen toestemming heeft gegeven, moet de arbeidsovereenkomst zijn ontbonden door de kantonrechter:
    • Het is niet vereist dat voor alle werknemers de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd met toestemming van het UWV. Anders gezegd: als er voor tenminste één werknemer een ontslagvergunning is verleend, komen ook betaalde vergoedingen van arbeidsovereenkomsten die van rechtswege of met wederzijds goedvinden zijn geëindigd voor compensatie in aanmerking.
    • Het is niet noodzakelijk dat op het moment van toestemmingverlening de onderneming al daadwerkelijk geheel is beëindigd.
  • Het moet gaan om een kleine werkgever, d.w.z. een werkgever met gemiddeld 24 werknemers of minder in dienst. Dit wordt gemeten in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan de ontslagvergunning. De eigenaar van de eenmanszaak, vennoot, maat of DGA om wiens pensionering of overlijden de bedrijfsbeëindiging plaatsvindt, moet op het moment dat voor de eerste werknemer de ontslagaanvraag bij het UWV is ingediend, ten minste de daaraan voorafgaande twee jaar in die hoedanigheid aan de onderneming zijn verbonden.
  • Het kan gaan om een eenmanszaak, vof, CV of maatschap maar ook om een NV of BV. Als de vof, CV, maatschap, NV of BV onderdeel uitmaakt van een groep, dan wordt gekeken naar het totaal aantal werknemers dat in dienst is bij de werkgevers van de verschillende ondernemingen in de groep.
  • Rechtspersonen zoals de stichting en de vereniging komen niet in aanmerking voor de compensatie.
  • Aan de voorwaarde voor pensionering is voldaan wanneer de eigenaar van een eenmanszaak, de vennoot, de maat of de DGA de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt of gaat bereiken binnen zes maanden nadat voor de eerste werknemer de ontslagaanvraag bij het UWV is ingediend.
  • In geval van overlijden is compensatie mogelijk indien uiterlijk twaalf maanden na de overlijdensdatum voor de eerste werknemer de ontslagaanvraag bij het UWV is ingediend.
  • Verdere termijnen:
    • De bruto transitievergoeding is volledig betaald op of na 1 januari 2021.
    • De transitievergoeding is betaald binnen negen maanden na de datum van de ontslagvergunning of de datum waarop de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden.
    • De compensatieaanvraag moet worden ingediend binnen twaalf maanden na de datum van de ontslagvergunning of de datum waarop de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden.
    • De werkgever mag gespreid over een periode meerdere compensatieaanvragen indienen.
    • Er is ook recht op compensatie van betaalde vergoedingen in de zes maanden voorafgaand aan de datum van de eerste ontslagaanvraag bij het UWV.
    • Alleen de betaalde vergoedingen aan werknemers die in dienst waren van de werkgever op 31 december van het kalenderjaar voor de ontslagvergunning, komen voor compensatie in aanmerking.

De aangekondigde vergelijkbare compensatie in geval van bedrijfsbeëindiging bij ziekte of gebreken van de werkgever gaat per 1 januari 2021 nog niet door. De precieze datum van inwerkingtreding is nog niet bekend. Wij houden u daarover op de hoogte.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van het UWV: https://www.uwv.nl/werkgevers/werkgever-en-ontslag/compensatie-transitievergoeding/index.aspx

Zzp’er of Werknemer

Minister Koolmees (Sociale Zaken) heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat de Belastingdienst tot zeker 1 oktober 2021 nog niet zal handhaven als een arbeidsrelatie moet worden beoordeeld als een verkapt dienstverband, waarbij de Zzp’er eigenlijk werknemer is.

De al lange tijd geleden aangekondigde webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen zien of ze werk mogen laten uitvoeren door een zelfstandige, zal per 11 januari 2021 van start gaan. Het gaat om een pilot van zes maanden, bedoeld als voorlichtingsinstrument, zodat opdrachtgevers en Zzp’ers zich kunnen voorbereiden, en bedoeld als onderzoeksinstrument naar de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en naar de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties. Ook wil het kabinet de pilot aangrijpen om een breed maatschappelijk gesprek over arbeidsrelaties te voeren. De deelname is vrijwillig en de webmodule (online vragenlijst) kan anoniem worden ingevuld. Daaruit volgt een indicatie van de arbeidsrelatie. Er zijn drie opties:

  1. de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht;
  2. er zijn sterke aanwijzingen van een (fictieve) dienstbetrekking; of
  3. er is geen oordeel mogelijk.

Pas na de pilot beslist het kabinet op welk moment de handhaving (gefaseerd) wordt opgestart.

De Belastingdienst houdt in de tussentijd toezicht op de arbeidsrelatie in het kader van de loonheffingen. Ook geeft de Belastingdienst voorlichting en advies tot bijvoorbeeld aanpassing van de werkwijze van partijen wanneer een arbeidsrelatie mogelijk wel een dienstbetrekking is volgens de huidige wet. Bij het niet opvolgen van aanwijzingen of als er sprake is van kwaadwillendheid, handhaaft de Belastingdienst.

Voor meer informatie over de Zzp’er vs werknemer, verwijzen wij u naar het artikel “Wanneer ben je nu een Zzp’er en wanneer een werknemer?”. In dit artikel gaan wij in op de volgende onderwerpen:

  • Wanneer is sprake van een Zzp’er of van een werknemer?
  • Hoe is dit wettelijk geregeld?
  • Wat zijn de gevolgen voor u als werkgever als blijkt dat de Zzp’er een werknemer is?
  • Hoe kunt u als werkgever toetsen of u een overeenkomst met een Zzp’er of met een werknemer heeft?

De Wet werken waar je wil

De Wet werken waar je wil wijzigt de Wet flexibel werken. Doel van de wet is de werknemer een sterkere positie te geven bij de keuze van de werkplek. Zeker in het huidige Corona tijdperk is dat uiteraard een actueel thema. Onder de huidige wet kan een werkgever een verzoek van de werknemer tot wijziging van de arbeidsplaats eenvoudig weigeren. Een dergelijke afwijzing hoeft niet te worden gemotiveerd. Als de nieuwe wet wordt aangenomen kan een werkgever een verzoek tot aanpassing van de werkplek echter alleen nog afwijzen als sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Een werkgever moet hier valide argumenten voor aanvoeren en er geldt dus een vrij zware motiveringsplicht.

Een verzoek van de werknemer tot aanpassing van de arbeidsplaats moet schriftelijk worden ingediend, ten minste twee maanden vóór de gewenste ingangsdatum van de aanpassing. Het verzoek hoeft niet te worden gemotiveerd. De werkgever moet met de werknemer in overleg over het verzoek en uiterlijk één maand voor de gewenste ingangsdatum een beslissing nemen. Gebeurt dat niet of zijn er geen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, dan wordt het verzoek ingewilligd.

Belangrijk om te vermelden is dat deze wet (net als de Wet flexibel werken) niet van toepassing is op werkgevers met minder dan 10 werknemers. Het gaat overigens nog om een wetsvoorstel dat ter internetconsultatie voorligt. Zodra meer bekend is over de inwerkingtreding, zullen wij dat mededelen.

Loondoorbetaling zieke AOW’er van 13 naar zes weken

Vanaf 1 april 2021 hoeft een werkgever het loon van een zieke werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd al heeft bereikt minder lang door te betalen. De termijn van de wettelijke loondoorbetalingsplicht gaat van 13 naar zes weken. De termijn van zes weken geldt voor deze doelgroep vanaf deze datum ook voor:

  • het recht op een ziektewetuitkering voor AOW-gerechtigden in een fictieve dienstbetrekking of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of vlak na de eerste dag van ongeschiktheid;
  • het opzegverbod bij ziekte;
  • de re-integratieplicht bij ziekte.

Ook voor AOW-gerechtigde werknemers die op 1 april 2021 al ziek zijn gaat de termijn van zes weken lopen op 1 april 2021. Daarbij mag de totale termijn niet meer bedragen dan 13 weken.

Maximale transitievergoeding in 2021

De maximale transitievergoeding bedraagt in 2021 € 84.000,- bruto. De werknemer heeft sinds 1 januari 2020 vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij ontslag op initiatief van de werkgever. Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de proeftijd en het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd horen daar ook bij.

Ondernemingsrecht

UBO-register is gestart op 27 september 2020

Op 23 juni 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot implementatie van het UBO-register (35.179) aangenomen. Het register is live gegaan op 27 september 2020. Na inwerkingtreding van de wet moeten rechtspersonen zelf informatie over hun UBO’s verzamelen, bijhouden en registreren in het UBO-register. Dit wordt beheerd door de Kamer van Koophandel. Na inwerkingtreding van de wet hebben bestaande rechtspersonen 18 maanden de tijd om hun UBO te registreren in het UBO-register. Nieuw op te richten rechtspersonen dienen hun UBO echter al te registreren wanneer zij zich voor het eerst aanmelden bij het handelsregister voor de registratie van hun onderneming.

Wet franchise

De Wet franchise heeft tot doel de relatie tussen de franchisegevers en franchisenemers meer evenwichtig te maken. In februari 2020 is een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel is door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen. Op 1 januari 2021 trad de Wet franchise in werking.

De regeling wordt toegevoegd aan Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Na titel 15 wordt nu titel 16 Franchise (vanaf artikel 7:911 BW) toegevoegd. De wet voorziet onder andere in definities voor begrippen als ‘franchisegever’ en ‘franchiseovereenkomst’, het bevat regels omtrent de (precontractuele) uitwisseling van informatie, de beëindiging van overeenkomsten en een instemmingsrecht van de franchisenemer of een meerderheid daarvan bij wijzigingen in de franchiseformule. De bedoeling van deze wet is de positie van de franchisenemer te versterken.

Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind

Mensen met problematische schulden krijgen betere hulp, doordat gemeenten na de instelling van een beschermingsbewind de rechter mogen adviseren over oplossingen. Dat kan voortzetting van het schuldenbewind zijn of een lichtere vorm van gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit wordt mogelijk gemaakt door een wet, die mede namens voormalig staatssecretaris Van ’t Wout van SZW is opgesteld. Het adviesrecht voor gemeenten zorgt ervoor dat mensen met schulden de meest passende vorm van ondersteuning krijgen.

Lees meer over de wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind op de website overheid.nl

Herziening beslag- en executierecht

Een schuldeiser mag maatregelen nemen als zijn rekeningen niet worden betaald. Maar het moet niet zover gaan dat mensen geen kant meer op kunnen. Daarom zijn de regels voor het executie- en beslagrecht herzien. De wet wordt in drie stappen ingevoerd, waarbij per 1 oktober 2020 al is geregeld dat in beginsel geen beslag meer wordt gelegd op bijvoorbeeld de inboedel van mensen met schulden als de kosten van verkoop hoger zijn dan de opbrengsten. Per 1 januari 2021 is het niet langer mogelijk om de gehele bankrekening van iemand met schulden op te eisen. Zo komen mensen niet onder het bestaansminimum en houden zij geld over om van te leven.

Lees meer over de wet Herziening beslag- en executierecht op de website overheid.nl

Europese Commissie en Parlement druk met voorstel voor Richtlijn duurzame corporate governance 2021

De Europese Commissie is een consultatie gestart over de inhoud en vormgeving van het in 2021 te publiceren richtlijnvoorstel over duurzame corporate governance. De juridische commissie van het Europees Parlement geeft in haar eindverslag aan welke verplichtingen volgens haar in de richtlijn opgenomen moeten worden. Zo moet het mitigeren van duurzaamheidsrisico’s een integraal onderdeel worden van de ondernemingsstrategie van bedrijven. Ook moet de verantwoordelijkheid van het bestuur hiervoor worden opgenomen in het richtlijnvoorstel.

Midden- en kleinbedrijf steeds meer de norm bij wet- en regelgeving

Nieuwe wetten en regels worden steeds vaker van tevoren voorgelegd aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf om te toetsen of ze werkbaar en uitvoerbaar zijn. Inmiddels zijn er al 29 van deze zogenoemde ‘mkb-toetsen’ georganiseerd in samenwerking met brancheverenigingen MKB-Nederland en Ondernemend Nederland (ONL). Van de eerste toetsen die zijn uitgevoerd is inmiddels gebleken dat die in zeven gevallen hebben geleid tot aanpassing van de wet- en regelgeving; in drie gevallen is besloten tot heroverweging of intrekking van de voorgestelde maatregelen.

Hieronder volgt een overzicht van nieuwe wetgeving in 2021 op het gebied van ondernemingsrecht. Voor meer informatie klikt u op de link.

Faillissementsrecht

WHOA: voorkomen van faillissementen

Nu veel ondernemingen door de coronapandemie hun bedrijfsvoering niet op de gebruikelijke manier kunnen voortzetten, is de verwachting dat meer ondernemingen te maken krijgen met geldproblemen en misschien zelfs met een dreigend faillissement. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) moet een oplossing bieden. De WHOA maakt het voor ondernemingen makkelijker om een akkoord te bereiken met de schuldeisers en aandeelhouders over de herstructurering van schulden.

Verkeert uw bedrijf in zwaar weer? Dan biedt de WHOA dus uitkomst. Wilt u meer weten over de WHOA? Klik hier voor meer informatie. Voor wie is de WHOA bijvoorbeeld geschikt, wat zijn de voorwaarden en wie kan een WHOA aanvraag doen? 

Betalingsuitstel faillissementen door corona

Ook is een betalingsuitstelregeling opgenomen in de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV. Deze tijdelijke regeling is op 17 december 2020 ingegaan. Als het faillissement van een onderneming wordt aangevraagd of de continuïteit in gevaar komt door beslag- of executiemaatregelen van een schuldeiser, kan de ondernemer dit tegenhouden en de rechter verzoeken om betalingsuitstel. Ondernemers kunnen dan een betalingsuitstel tegen de betreffende schuldeiser krijgen, met als doel hun tijdelijke liquiditeitsproblemen op te lossen en een faillissement af te wenden. Hiervoor zouden ondernemers bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord.

Lees meer over de Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV op de website overheid.nl

Vastgoedrecht

Overzicht nieuwe wetgeving in 2021 op het gebied van huurrecht

  • Verbetering huurbescherming huurders bedrijfsruimte
  • Veegwet wonen

Meer weten over nieuwe wet- en regelgeving 2021?

Wilt u graag meer weten over specifieke rechtsgebieden of heeft u vragen naar aanleiding van deze wijzigingen? Neem dan contact op met één van onze advocaten.

 

Geschreven door

Michiel Leenhouts

advocaat
arbeidsrecht, ambtenarenrecht

michielleenhouts
Geschreven door

Bas Jacobs

advocaat
ondernemingsrecht, insolventierecht

bas jacobs
Geschreven door

Anouk Kolk

advocaat 
privacyrecht
ondernemingsrecht
vastgoedrecht
incasso

anouk