TEN strijde tegen corona hebben wij voor u de meest gestelde vragen op een rij gezet. Lees meer Helpdesk

Q&A-Familierecht-website

De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding – Q&A 10

Personen- en familierecht

De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding – Q&A 10

Vaak worden in het kader van een echtscheiding, dezelfde of vergelijkbare vragen gesteld. In deze reeks artikelen zullen de familierecht advocaten van TEN een aantal van deze vragen beantwoorden. Heeft u ook een vraag en wilt u die graag terugzien in de volgende ‘De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding’, laat het ons dan weten!
Vraag:

Wat betekent verdelen in het kader van een echtscheiding?

Antwoord:

Als uw relatie voorbij is, moet u verdelen wat je samen hebt. Dat lijkt eenvoudig: u maakt een optelsom van de gezamenlijke bezittingen en schulden en deelt die door twee. Zo simpel is het in veel gevallen helaas niet. Bijvoorbeeld wanneer de één meer heeft ingebracht dan de ander. Dan moet er soms een vergoeding betaald worden.

Bij elke relatiebreuk spelen er daarom drie V’s: die van Verdelen, Vergoeden en Verrekenen. In dit artikel licht ik graag toe hoe deze V’s in de praktijk worden toegepast.

De V van Verdelen

Verdelen doet u als u samen eigenaar bent van bijvoorbeeld een huis of als u een en/of-rekening hebt. Gezamenlijk eigendom kan ontstaan 1) via een gemeenschap van goederen (tegenwoordig heet dit een “beperkte gemeenschap” omdat die kort gezegd alleen kan ontstaan voor bezittingen en schulden van ná het huwelijk) en 2) doordat twee mensen (met of zonder huwelijk) samen een huis in eigendom verkrijgen of samen een bankrekening op naam aanhouden (dit heet: “eenvoudige gemeenschap”).

Indien een gemeenschappelijke woning na de scheiding wordt verkocht, wordt de opbrengst (of de restschuld) verdeeld. In welke verhouding moet worden verdeeld, hangt af van de eigendomsverhouding tussen de ex-partners (bijvoorbeeld 50/50), maar ook van de vraag of er nog iets anders moet worden verrekend en/of vergoed. Hetzelfde geldt voor het saldo van en/of-rekening.

De V van Vergoeden

Wanneer moet u iets Vergoeden aan uw ex-partner? Vergoeden kan zien op een vordering die de ene partner heeft op de (eenvoudige) gemeenschap. Een voorbeeld: naar aanleiding van een verkregen schenking of erfenis voorzien van een *uitsluitingsclausule, is er in het huis geïnvesteerd (bijvoorbeeld met een nieuwe keuken of een aanbouw). In dat geval moet het geïnvesteerde bedrag bij voorrang (terug) naar de partner van wie het afkomstig is. Hoe berekent u dit nu? U mag niet zomaar uitgaan van het nominale geïnvesteerde bedrag. Er moet rekening worden gehouden met de waardestijging van het huis, op grond van de zogenaamde beleggingsleer.

* Uitsluitingsclausule: is een bepaling waarbij degene die het bedrag schenkt, schriftelijk bepaalt dat de schenking niet in de gemeenschap van goederen valt.

De V van Verrekenen

De derde V is die van Verrekenen. Verrekenen doet u als één ex-partner in het kader van de verdeling te veel heeft ontvangen ten opzichte van de ander en dat moet worden gecorrigeerd. Let op: bij een juiste verrekening dient het bedrag dat een ex- partner te veel heeft ontvangen, gedeeld te worden door twee. Een veelgemaakte fout is dat er gerekend wordt met het gehele verschil.

Behalve het tamelijk eenvoudig verrekenen om een “scheve” verdeling gelijk te willen trekken, is er de meer ingewikkelde verrekening die voortvloeit uit huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. Ik heb het dan over de zogenaamde verrekenbedingen. In een verrekenbeding wordt vastgelegd welke inkomsten of waarden verrekend zullen worden bij een echtscheiding of geregistreerd partnerschap. Hieronder ga ik daar verder op in.

Verrekenbedingen in huwelijkse /partnerschapsvoorwaarden

Verrekenbedingen zijn er in vele soorten en maten. Het meest vergaand is een finaal verrekenbeding bij echtscheiding/geregistreerd partnerschap: aan het einde van het huwelijk/geregistreerd partnerschap wordt het gezamenlijk vermogen verdeeld alsof men in gemeenschap van goederen getrouwd was. Een aantal zaken wordt in het geval van finaal verrekenbeding buiten de verdeling gelaten. Zoals het vermogen dat vóór het huwelijk/geregistreerd partnerschap is opgebouwd en eventueel vermogen tijdens het huwelijk/geregistreerd partnerschap verkregen door schenking of een erfenis.

Het finaal verrekenbeding wordt toegepast wanneer er tijdens het huwelijk/geregistreerd partnerschap geen periodieke verrekening heeft plaatsgevonden. In geval van een periodiek verrekenbeding is er formeel gezien geen sprake van gezamenlijke bezittingen. Vaak is er wél sprake van een gezamenlijke rekening waarop de salarissen worden gestort. Bij het uitvoeren van een periodieke verrekening moet worden vastgesteld wat er van het inkomen van ieder van de partners is overgebleven na betaling van de gezamenlijke kosten. Dat overgebleven deel dienen zij met elkaar te verrekenen. Wanneer deze periodieke verrekening niet heeft plaatsgevonden (wat heel vaak het geval is), moet aan het einde van het huwelijk/geregistreerd partnerschap worden bekeken hoe dit moet worden opgelost.

Het komt er vaak op neer dat datgene moet worden verrekend wat het resultaat is van inkomen dat in het huwelijk/geregistreerd partnerschap is “overgespaard”. Dan gaat het dus om geld dat niet is besteed aan de huishouding.

Als de ex-partner die eigenaar van het huis is, de hypotheek deels aflost met diens inkomen, dan vormt dat een herbelegging van overgespaard inkomen. Dat moet worden verrekend conform de beleggingsleer. Aflossen wordt namelijk niet gezien als kosten van de huishouding, maar als vormen van vermogen/sparen. Dit is niet zo bij de rentebetalingen op de hypotheek. Dat wordt wel als huishoudelijke kosten gezien.

Voor meer informatie over periodiek verrekenen verwijs ik u naar het artikel geschreven door mijn collega Inge Mooren-van Weereld. In dit artikel licht zij uitgebreid toe wat het periodiek verrekenen inhoudt en geeft zij u tips over hoe dit toe te passen, maar ook wijst zij u op de gevolgen van het niet toepassen. 

Van welke peildatum moet worden uitgegaan?

Belangrijke vraagstukken bij verdelen en verrekenen zijn die van de peildatum voor de omvang van hetgeen moet worden verdeeld of verrekend, én de peildatum voor de waarde daarvan.

Voor de omvang van wat er moet worden verdeeld, geldt de datum van de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding/ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Indien een verrekenbeding van toepassing is, delen de ex-partners vanaf dat moment ook niet meer in de waardeontwikkeling van het te verrekenen of te vergoeden vermogen. Dat is anders als er moet worden verdeeld: de peildatum voor de waarde van de te verdelen goederen is, is de datum waarop feitelijk wordt verdeeld.

Bij langlopende (echt)scheidingsprocedures kan dit dus vooral bij woningen veel verschil maken. Het kan immers gebeuren dat pas na verloop van meerdere jaren het huis wordt verkocht of aan één van de partners toegedeeld. In geval van verdeling wordt dus de waardevermeerdering door dat tijdsverloop in principe volledig gedeeld.  Een uitzondering kan zijn een afwijkende afspraak tussen de partners zelf of op grond van de redelijkheid en billijkheid. Dat laatste doet zich bijvoorbeeld voor ten aanzien van de vervoermiddelen: daarvoor geldt de datum waarop één van de partners in de auto feitelijk (en alléén) ter beschikking heeft. De ander hoeft de waardevermindering dus niet mee te dragen, aangezien het redelijk en billijk is dat uitgegaan wordt van de waarde op de datum waarop de ander het gebruik van die auto niet meer heeft.

De V van verzwijgen (of van vergeten)…

Het is belangrijk om in het kader van de relatiebreuk alle vermogensbestanddelen goed in kaart te brengen, daarover goede afspraken te maken en niets te “vergeten”. Bij opzettelijk verzwijgen van vermogensbestanddelen die in de verdeling betrokken hadden moeten worden, is de sanctie dat het hele (opzettelijk verzwegen) vermogensbestanddeel aan de ander wordt toegekend.

Is een dele van het vermogen per ongeluk over het hoofd gezien, dan moet alsnog worden verdeeld. Het mag duidelijk zijn dat als het gaat over een vermogensbestanddeel dat in de loop van (vele) jaren aanzienlijk in waarde is gestegen, de discussie heftig kan zijn en de uitkomst ongewis voor wat betreft de peildatum voor de waarde. De redelijkheid en billijkheid kunnen hier zeker bij groot tijdsverloop ook een belangrijke rol spelen. Dat blijkt ook uit de uitspraak van de Hoge Raad van mei 2019.

De V van Verrijking

Het ging in deze zaak over een relatie buiten huwelijk en zonder geregistreerd partnerschap. De partners hadden geen samenlevingscontract. De man was enig eigenaar van de woning waarin zij samenwoonden. De vrouw had een bedrag van ruim € 74.000,- in die woning geïnvesteerd door een verbouwing te betalen. De vrouw vorderde betaling van dat bedrag.

De rechtbank stelde de vrouw in het gelijk. Het Gerechtshof keek er anders tegenaan en zo kwam de zaak uiteindelijk bij de hoogste rechter terecht. Omdat partijen hun onderlinge afspraken niet goed (of beter: helemaal niet) hadden vastgelegd, mocht de vrouw geen vergelijking trekken met de regels die gelden voor gehuwden of geregistreerd partners. Zij moest het dus doen met de algemene regels die in het vermogensrecht gelden waaronder de redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad vond dat de man niet ongerechtvaardigd was verrijkt omdat in de kwestie vast stond dat hij zelf niet in staat was de kosten van de verbouwing te voldoen. Dat betekent dat ook geen sprake kon zijn van een besparing van kosten die hij zelf zou hebben gemaakt, als de vrouw die kosten niet voor haar rekening had genomen. Met andere woorden, de man was wel verrijkt, maar niet in zo’n grote mate dat er sprake was van ongerechtvaardigde verrijking.

De V van Vastleggen

We kunnen ons afvragen wat de vrouw nog meer had moeten aanvoeren om wél ongerechtvaardigde verrijking aan te tonen. De lat van de redelijkheid en billijkheid ligt soms hoger dan gedacht. De les is dan ook eenvoudig: laat het niet aan de rechter over, maar leg (ook/juist) in niet huwelijkse relaties uw vermogensrechtelijke verhouding goed vast! Dat hoeft – anders dan in geval van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden – niet eens bij notariële akte, maar kan ook door middel van een gewone overeenkomst. De laatste V is dan ook die van Vastleggen. Laat u op voorhand adviseren en leg afspraken met uw partner vast, al is het maar voor het geval dat. Dat voorkomt vaak veel ellende en onzekerheid achteraf. De familierecht specialisten van TEN kunnen u hierbij helpen.

Geschreven door

Marja Oude Luttikhuis

advocaat & mediator
familierecht, erfrecht

marja