Nieuwsflits-Arbeidsrecht_website

Nieuwsflits Arbeidsrecht – WAB

Arbeids- en ambtenarenrecht

Nieuwsflits Arbeidsrecht – WAB

Graag besteden wij de komende maanden aandacht aan de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die per 1 januari 2020 in werking treedt. De arbeidsrechtspecialisten van TEN Advocaten informeren u over wat deze wet voor u als werkgever gaat betekenen en voorzien u van praktische tips ter voorbereiding op de nieuwe wet. Dat gebeurt in de vorm van een tweetal nieuwsflitsen en via broodjes arbeidsrecht die op 26 november en 3 december 2019 zullen plaatsvinden.

In deze nieuwsflits wordt aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:

  • Transitievergoeding;
  • Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegenslangdurige arbeidsongeschiktheid; en
  • Oproepovereenkomst.

Binnenkort meer over onder andere de ketenregeling, slapende dienstverbanden en ontwikkelingen rondom de AOW-leeftijd.

Transitievergoeding
  • Momenteel ontstaat pas na een dienstverband van twee jaar of langer recht op een transitievergoeding bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever. Om die reden wordt vaak gekozen voor bepaalde tijdscontracten met een maximale duur van in totaal 23 maanden, bijvoorbeeld drie opvolgende contracten voor 7, 8 en 8 maanden.
  • Per 1 januari 2020 krijgen werknemers vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding. Ook werknemers die tijdens de proeftijd worden ontslagen of na afloop van een jaarcontract van rechtswege uit dienst treden, hebben dus recht op een transitievergoeding.
  • De hoogte van de transitievergoeding is vanaf 1 januari 2020 in alle gevallen één derde maandsalaris per gewerkt dienstjaar (één zesde maandsalaris per gewerkt half jaar) en een evenredig deel daarvan voor een periode dat de arbeidsovereenkomst korter of langer dan een kalenderjaar heeft geduurd.
  • De regeling dat werknemers over de jaren die zij langer dan 10 jaar in dienst zijn per gewerkt half jaar een kwart maandsalaris krijgen, komt te vervallen. Dat geldt ook voor de tijdelijke regeling voor oudere werknemers, die inhoudt dat per gewerkt half jaar vanaf het 50e jaar een ½ maandsalaris wordt opgebouwd. TIP: deze wijziging biedt mogelijk een stimulans voor oudere werknemers om nog in 2019 in te stemmen met een beëindigingsovereenkomst, omdat de transitievergoeding voor hen in 2020 aanmerkelijk lager zal zijn.
  • Voor werkgevers met minder dan 25 werknemers komt de tijdelijke uitzondering ten aanzien van de hoogte van de transitievergoeding in geval van een slechte financiële situatie te vervallen. Per 1 januari 2020 worden voor kleine werkgevers dus ook de dienstjaren van werknemers van voor 1 mei 2013 meegeteld voor de berekening van de transitievergoeding.
  • Kleine werkgevers worden met ingang van 1 januari 2020 gecompenseerd voor de transitievergoeding die betaald moet worden bij ontslag als gevolg van bedrijfsbeëindiging wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, ziekte of overlijden. Let op: er is geen sprake van terugwerkende kracht dus er is alleen recht op compensatie als de transitievergoeding op of na 1 januari 2020 is betaald.
  • De hoofdregel is dat de nieuwe berekening van de transitievergoeding onmiddellijk in werking treedt per 1 januari 2020. Er geldt een beperkt overgangsrecht voor de oude berekening van de transitievergoeding (waaronder de tijdelijke regeling voor de oudere werknemers). Als het ontbindingsverzoek / de ontslagaanvraag is ingediend bij de rechter / het UWV vóór 1 januari 2020, de arbeidsovereenkomst is opgezegd vóór 1 januari 2020 of de werknemer al vóór 1 januari 2020 schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging van de arbeidsovereenkomst, dan geldt nog de huidige berekening van de transitievergoeding.
Compensatie transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
  • Vanaf 1 april 2020 kunnen werkgevers aanspraak maken op een compensatie voor betaalde transitievergoedingen aan werknemers van wie de arbeidsovereenkomst is geëindigd na twee jaar ziekte. Dit kan ook met terugwerkende kracht bij dienstverbanden die vanaf 1 juli 2015 zijn geëindigd.
  • De compensatie is gelijk aan de hoogte van de transitievergoeding waarop de werknemer recht zou hebben als de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte (104 weken wachttijd) was geëindigd. Als de transitievergoeding hoger is geworden, omdat het dienstverband na die 104 weken heeft voortgeduurd, dan komt dat deel van de transitievergoeding niet voor compensatie in aanmerking.
  • De compensatie zal nooit meer bedragen dan het bedrag dat tijdens de twee jaar ziekte aan bruto loon (exclusief werkgeverslasten) aan werknemer is betaald;
  • De periode van de loonsanctie, opgelegd in verband met het niet-nakomen van de re-integratieverplichtingen door werkgever, telt niet mee bij de berekening van de hoogte van de compensatie.
  • Vanuit de overheid wordt aangeraden om nog in 2019 afscheid te nemen van langdurig arbeidsongeschikte werknemers, omdat dan nog aanspraak kan worden gemaakt op de hogere transitievergoeding en werkgevers dus nog een compensatie krijgen op basis van deze hogere vergoeding.
  • Het aanvragen van de compensatie kan online via de website van het UWV. Aanvragen voor compensatie van transitievergoedingen betaald voor 1 april 2020 moeten uiterlijk op 30 september 2020 door het UWV ontvangen zijn. Verzoeken voor compensatie van na 1 april 2020 betaalde transitievergoedingen moeten binnen 6 maanden worden ingediend.
  • Bijlagen die in elk geval moeten worden meegestuurd met de aanvraag zijn: arbeidsovereenkomst of loonstrook met indiensttredingsdatum, bewijs van einde van de arbeidsovereenkomst, stukken waaruit het betaalde brutoloon tijdens de twee jarige ziekteperiode blijkt, de berekening van de hoogte van de transitievergoeding en een bewijs van uitbetaling van de transitievergoeding.
Oproepovereenkomst
  • Per 1 januari 2020 komt er een wettelijke definitie van de oproepovereenkomst. Zodra een arbeidsovereenkomst niet vermeldt wat het aantal te werken uren per week of maand is en de werknemer geen recht op loon heeft als hij niet gewerkt heeft, dan wordt de overeenkomst als een oproepovereenkomst gezien. Onder die definitie vallen onder meer de nulurencontracten, de min-maxcontracten en de uitzendcontracten. TIP: consignatie- of beschikbaarheidsdiensten vallen niet onder het begrip oproepovereenkomst, omdat het aantal uren van een dienst wel vooraf wordt vastgesteld en er een vergoeding wordt betaald voor de tijd dat de werknemer beschikbaar moet zijn.
  • Werknemers met een oproepovereenkomst moeten ten minste vier dagen van tevoren worden opgeroepen. Dat kan zowel per brief als per e-mail, maar uitsluitend telefonisch is niet voldoende. Aan oproepen later dan deze voorgeschreven termijn hoeft de oproepkracht geen gehoor te geven. Bij CAO kan de oproeptermijn worden verkort tot 24 uur.
  • Er geldt geen overgangsrecht, dus de verplichtingen gelden direct vanaf 1 januari 2020.
  • Als de oproep vooraf wordt ingetrokken of het aantal uren of tijdstippen waarop moet worden gewerkt wordt gewijzigd, dan heeft de oproepkracht recht op loon over de periode van de oorspronkelijke oproep.
  • De opzegtermijn voor een oproepkracht is vier dagen (net zo lang als de oproeptermijn van de werkgever).
  • Werknemers die op of na 1 januari 2020 langer dan 1 jaar werkzaam zijn op basis van een oproepovereenkomst moet de werkgever verplicht een aanbod voor een vaste urenomvang doen. Dat aanbod moet gelijk zijn aan het gemiddelde aantal uren per maand over het voorliggende jaar. De werknemer mag het aanbod weigeren en beslissen op flexibele basis te blijven werken.
  • Het aanbod voor een vaste arbeidsomvang moet binnen één maand worden gedaan. TIP: inventariseer voor 1 januari 2020 of er oproepkrachten in dienst zijn die per die datum langer dan twaalf maanden op basis van een oproepovereenkomst werkzaam zijn. Doe hen uiterlijk 1 februari 2020 een voorstel. Vanaf 1 januari 2020 moet iedere maand worden bezien of een oproepovereenkomst ten minste twaalf maanden heeft geduurd, om vervolgens een aanbod voor een vaste arbeidsomvang te kunnen doen.
  • TIP: inventariseer nog in 2019 welke werknemers als oproepkracht werkzaam zijn en overweeg om hen de komende maanden van 2019 minder op te roepen. De gemiddelde arbeidsomvang in januari 2020 over de voorliggende 12 maanden is dan lager.
  • Voor seizoensafhankelijke sectoren (waaronder land- en tuinbouw) geldt dat bij CAO kan worden afgeweken van bepaalde regels omtrent de oproepovereenkomst.

Heeft u na het lezen van voorgaande informatie nog vragen? Wij geven graag antwoord!

Naast de nieuwsflits, staan Roel LammersMandy de Koning en Michiel Leenhouts u graag te woord op een van onze bijeenkomsten over de WAB op 26 november en 3 december.

 

Voor meer informatie en aanmelden, gaat u naar onze agenda.