gezagsverhouding-zzp

Gevolgen van schijnzelfstandigheid: fiscale en arbeidsrechtelijke risico’s voor werkgevers

Arbeids- en ambtenarenrecht

Gevolgen van schijnzelfstandigheid: fiscale en arbeidsrechtelijke risico’s voor werkgevers

Werkt u met zzp’ers, dan kunt u te maken krijgen met de gevolgen van schijnzelfstandigheid. Als achteraf wordt vastgesteld dat een zzp-relatie juridisch als dienstverband moet worden aangemerkt, kan dat leiden tot ingrijpende fiscale en arbeidsrechtelijke consequenties.

De gevolgen van schijnzelfstandigheid beperken zich niet tot naheffingen door de Belastingdienst. Ook arbeidsrechtelijke aanspraken van de zzp’er kunnen ontstaan, vaak met terugwerkende kracht. In 2026 zijn deze risico’s concreter en beter afdwingbaar door aangescherpte handhaving.

In dit artikel leest u:

Wat gebeurt er als een zzp-relatie als schijnzelfstandigheid wordt aangemerkt?

Wanneer een zzp-relatie als schijnzelfstandigheid wordt aangemerkt, betekent dit dat de samenwerking juridisch wordt behandeld als een dienstverband. Die vaststelling kan plaatsvinden in verschillende trajecten, met elk hun eigen gevolgen.

Een dergelijk oordeel kan worden gegeven door:

  • de Belastingdienst, in het kader van fiscale handhaving, of
  • de civiele rechter, bijvoorbeeld in een procedure die door de zzp’er wordt gestart.

Deze trajecten staan juridisch los van elkaar. Een fiscale correctie door de Belastingdienst leidt niet automatisch tot arbeidsrechtelijke aanspraken, en een civiele uitspraak heeft niet zonder meer fiscale gevolgen. Wel geldt dat een vaststellingin het ene traject in de praktijk aanleiding kan geven voor stappen in het andere. Daardoor kunnen de gevolgen zich in de tijd opstapelen en voor werkgevers complexer worden.

Fiscale gevolgen van schijnzelfstandigheid in 2026

Als de Belastingdienst een zzp-relatie aanmerkt als een verkapt dienstverband, wordt u fiscaal als werkgever beschouwd. In 2026 kan dat leiden tot verschillende fiscale consequenties.

Naheffingen loonbelasting en premies
Uw organisatie kan met terugwerkende kracht worden verplicht tot afdracht van:

  • Loonbelasting
  • Premie volksverzekeringen
  • Premies werknemersverzekeringen
  • Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)

Over de naheffingen wordt belastingrente berekend, vanaf het moment waarop de belastingen en premies oorspronkelijk verschuldigd waren tot aan de datum van de naheffingsaanslag.

Ingroeimodel en terugwerkende kracht
De Belastingdienst hanteert tot 2030 een ingroeimodel. Dit betekent dat correcties in beginsel niet verder teruggaan dan 1 januari 2025, de datum waarop het handhavingsmoratorium is opgeheven.

Bij kwaadwillendheid of het negeren van eerdere aanwijzingen kunnn correcties echter alsnog voor maximaal 5 jaar met terugwerkende kracht worden toegepast.

Boetes in 2026
De zachte landing uit 2025 is in 2026 gedeeltelijk verlengd. Dit betekent dat:

  • In 2026 er geen verzuimboetes worden opgelegd bij enkel de onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie;
  • Vergrijpboetes wel mogelijk zijn bij opzet of grove schuld;
  • Voor correcties die uitsluitend betrekking hebben op het jaar 2025 in beginsel geen boetes worden opgelegd.

Vervolgtoezicht
Een vastgestelde onjuistheid kan aanleiding zijn voor vervolgtoezicht, zoals bedrijfsbezoeken of boekenonderzoeken naar andere zzp-relaties binnen uw organisatie.
Meer over het handhavingsproces leest u in ‘Controle op zzp-relaties: hoe de Belastingdienst in 2026 handhaaft’.

Arbeidsrechtelijke gevolgen van schijnzelfstandigheid

Als een zzp-relatie door de rechter wordt aangemerkt als een dienstverband, kan dat leiden tot vergaande arbeidsrechtelijke verplichtingen. Deze gevolgen staan in principe los van fiscale handhaving door de Belastingdienst en kunnen zich dus ook voordoen zonder dat er ooit fiscaal is ingegrepen.

In de praktijk zien wij dat zzp’ers steeds vaker zelf procedures starten om werknemersrechten op te eisen, met name na beëindiging van de samenwerking. Als een rechter hen daarin volgt, kan dat onder meer betekenen dat:

  • loon en arbeidsvoorwaarden met terugwerkende kracht moeten worden toegepast, waaronder cao-loon, toeslagen en kostenvergoedingen die gelden voor werknemers in een vergelijkbare functie;
  • vakantie- en verlofrechten alsnog moeten worden toegekend, inclusief doorbetaling over het verleden;
  • loondoorbetaling bij ziekte aan de orde kan zijn, binnen de wettelijke kaders voor werknemers;
  • ontslagbescherming en vergoedingen van toepassing blijken, waardoor beëindiging van de samenwerking achteraf als onrechtmatig kan worden aangemerkt;
  • pensioenverplichtingen kunnen ontstaan, ook als tijdens de samenwerking geen pensioenpremies zijn afgedragen.

Deze arbeidsrechtelijke gevolgen kunnen financieel aanzienlijk zijn en doen zich vaak pas voor nadat de samenwerking al is beëindigd. Dat maakt dat niet alleen toezicht door de Belastingdienst een risico vormt, maar ook civiele procedures die door (voormalige) zzp’ers zelf worden gestart.

Wat betekent dit in de praktijk?

Een vaststelling van schijnzelfstandigheid raakt vaak meerdere aspecten van de arbeidsrelatie. Fiscale correcties en arbeidsrechtelijke aanspraken kunnen naast elkaar ontstaan en in samenhang tot langdurige trajecten leiden met financiële en organisatorische impact.

Voor werkgevers is het daarom van belang om niet alleen te beoordelen of een zzp-relatie houdbaar is, maar ook om regie te houden op de risico’s die daaruit kunnen voortvloeien. Juridische begeleiding kan daarbij helpen om ongewenste gevolgen te beperken. Voor een bespreking van uw situatie kunt u contact opnemen met onze arbeidsrechtspecialisten.

Geschreven door

Emmie van de Venn-Koppens

advocaat
arbeidsrecht, privacyrecht

Emmie-van-de-Venn-Koppens