TEN strijde tegen corona hebben wij voor u de meest gestelde vragen op een rij gezet. Lees meer Helpdesk

Q&A-Familierecht-website

De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding – Q&A 8

Personen- en familierecht

De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding – Q&A 8

Vaak worden mij in het kader van een echtscheiding, dezelfde of vergelijkbare vragen gesteld. In dit artikel zal ik een aantal van deze vragen beantwoorden. Heeft u ook een vraag en wilt u die graag terugzien in de volgende ‘De tien meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding’, laat het mij dan weten!
Vraag 8:

Hoe lang duurt een echtscheidingstraject en kunnen zaken met spoed geregeld worden?

Antwoord:
Overlegsituatie

Een echtscheiding en alle gevolgen daarvan regelen, of u dat nu in onderling overleg (eventueel via mediation) doet of dat er een echtscheidingsprocedure moet worden gevoerd bij de rechter, kost tijd.

Als u in onderling overleg een echtscheiding (eventueel via mediation) regelt dan kunt u met elkaar afspreken wat er geldt gedurende het proces dat u bezig bent met regelen. Indien de partners  goed communiceren over een regeling met betrekking tot alle gevolgen van de echtscheiding komt het geregeld voor dat zij gedurende dat traject nog met elkaar samenwonen en de financiële huishouding door laten lopen zoals tijdens hun huwelijk tot het moment dat zij definitieve afspraken hebben gemaakt over de verdeling van inkomen, vermogen alsmede over welke regelingen met betrekking tot de kinderen moeten gelden. Zij bepalen dan ook zelf de ingangsdatum van de diverse regelingen. Deze ingangsdatum die ziet op de diverse afspraken hoeft niet per se gelijk te zijn aan de officiële echtscheidingsdatum. Zo kunnen partijen nog voordat zij officieel gescheiden zijn al afspreken apart te gaan wonen en afspraken maken over de zorgregeling met betrekking tot de kinderen, de betaling van kinder- en/of partneralimentatie en kunnen zij zelfs het vermogen al feitelijk verdeeld hebben of de huwelijkse voorwaarden al hebben afgewikkeld en alle afspraken hebben vastgelegd in een overeenkomst.

Hoe partijen omgaan met betrekking tot de kinderen, hun inkomsten en/of het vermogen gedurende het proces dat zij bezig zijn met elkaar zaken te regelen en definitieve afspraken te maken, noemen we voorlopige regelingen. Soms is deze voorlopige regeling gelijk aan de situatie zoals die tijdens het huwelijk was. Maar het kan ook voorkomen dat er afspraken gemaakt worden die afwijken van deze situatie en dat deze afspraken ook nog niet gelijk zijn aan de definitieve afspraken die partijen gaan maken in het kader van de echtscheiding.

Het proces waarin partijen met elkaar overleggen over een regeling met betrekking tot alle gevolgen van de echtscheiding varieert qua duur van één tot vele maanden. Uit ervaring weten wij dat naarmate het proces van overleg langer duurt, de noodzaak om voorlopige regelingen te treffen groter wordt doordat partijen vanwege allerlei emoties het steeds moeilijker ervaren om de situatie zoals die tijdens het huwelijk was te laten voortduren.

Indien partijen een echtscheiding in onderling overleg weten te regelen, worden de afspraken vastgelegd in een echtscheidingsconvenant en wordt dit met een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend. In dat geval spreekt de rechter alleen de echtscheiding uit en worden door de rechter verder geen inhoudelijke beslissingen genomen over de diverse zaken die met de echtscheiding samenhangen zoals de kinderen, de kinder- en partneralimentatie en de verdeling van de gemeenschap van goederen of de afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden. De rechter neemt dan de beslissingen die partijen zelf hebben genomen met betrekking tot de diverse onderwerpen en die zij hebben vastgelegd in het echtscheidingsconvenant over. In geval partijen onderling geen overeenstemming bereiken, leidt dit er vaak toe dat één van de partijen via een advocaat een verzoek tot echtscheiding indient bij de rechtbank. Een procedure wordt hiermee gestart. Hieronder licht ik toe hoe een echtscheidingsprocedure eruit kan zien.

De procedure

In mijn artikel over de meest gestelde vragen in het kader van de echtscheiding “Ik wil scheiden, hoe kan ik dat het beste aanpakken?” legde ik al uit dat bij een dergelijk verzoek ook andere verzoeken kunnen worden gedaan. De zogenaamde nevenvoorzieningen zoals een verzoek tot vaststelling van kinder- en/of partneralimentatie, een verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen of afwikkeling van de huwelijksvoorwaarden en verzoeken rond het verblijf en de zorg met betrekking tot de kinderen.

Een dergelijke procedure neemt heel wat tijd in beslag. Indien een verzoek tot echtscheiding (het zogenaamde verzoekschrift) is ingediend en door de deurwaarder aan de andere partij (of diens advocaat) is betekend, dan heeft die partij in beginsel een maand om daarop te reageren. Het komt geregeld voor dat deze partij een uitstel voor het indienen van een verweerschrift vraagt aan de rechtbank. In de meeste gevallen, zal de rechtbank uitstel verlenen,  zodat de eerste reactie (het zogenaamde verweer) in veel gevallen zeker twee maanden na indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen plaatsvindt.

Als dit verweerschrift beperkt blijft tot slechts een verweer en niet ook een zelfstandig verzoek inhoud, dan wordt vervolgens door de rechtbank een datum voor de mondelinge behandeling van de zaak gepland hetgeen ook op termijn van één of meer maanden is.

Mocht de andere partij bij zijn of haar verweerschrift ook zelf nog een verzoek indienen dan krijgt de oorspronkelijk verzoekende partij ook nog een reactietermijn van één tot twee maanden op dit zelfstandige verzoek hetgeen de procedure verlengt.

In het algemeen wordt op een termijn van vier tot zes weken na de mondelinge behandeling van de zaak bij de rechtbank, een beslissing gegeven.

Duidelijk is dat u zo zes tot negen maanden verder bent voordat u überhaupt in het bezit bent van een beslissing van de rechtbank waarbij de echtscheiding is uitgesproken en waarin de rechtbank beslissingen heeft gegeven over de aan de orde gestelde onderwerpen zoals hierboven vermeld.

Daar komt nog bij dat de beslissing niet altijd meteen werkt. Immers de meeste beslissingen zoals die met betrekking tot de partneralimentatie en de beslissing met betrekking tot de verdeling van vermogen/afwikkeling huwelijksvoorwaarden gelden met ingang van de datum dat u officieel gescheiden bent.

Wanneer bent u officieel gescheiden? En wat als de ander niet wil?

Veel mensen weten niet dat u met de uitspraak van de rechtbank waarbij de scheiding wordt uitgesproken niet officieel gescheiden bent. U bent pas officieel gescheiden zodra de uitspraak van de rechtbank waarbij de echtscheiding is uitgesproken is ingeschreven in het huwelijksregister. Inschrijving in dat huwelijksregister is in beginsel pas mogelijk zodra de hoger beroepstermijn van drie maanden die tegen de beslissing openstaat, is verlopen, zonder dat door een van de partijen hoger beroep tegen de beslissing is ingesteld. Deze termijn van drie maanden kan worden verkort doordat beide partijen voor die tijd een zogenaamde akte van berusting tekenen waarin zij aangeven dat zij in ieder geval ‘berusten’ in de echtscheiding die is uitgesproken. Daarmee wordt de echtscheiding definitief en kan deze worden ingeschreven in het huwelijksregister.

Het komt echter voor dat een van de partijen niet wil meewerken aan het ondertekenen van een dergelijke akte van berusting. In dat geval kan de inschrijving op zijn vroegst plaatsvinden na de hierboven vermelde termijn van drie maanden.

Dit maakt duidelijk dat er met regelmaat bijna een jaar voorbij is voordat de echtscheiding is ingeschreven en een aantal beslissingen die de rechter heeft uitgesproken gaan gelden.

Wat als een van de partijen het niet eens is met de beslissing van de rechtbank?

Het komt ook voor dat één van de partijen het niet eens is met de beslissing van de rechtbank. In dat geval kan deze partijtegen deze beslissing (binnen drie maanden en soms zelfs vlak voor de termijn verloopt) hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Als dat hoger beroep bijvoorbeeld is ingesteld omdat een partij het niet eens is met de vastgestelde partneralimentatie dan geldt in beginsel de door de rechtbank gegeven beslissing omtrent de partneralimentatie niet totdat het gerechtshof over deze kwestie heeft beslist. Echter, het komt geregeld voor dat een rechtbank een of meer beslissingen ‘uitvoerbaar bij voorbaat’ verklaart. Dat betekent dat, ook al wordt door een van de partijen hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank, deze beslissing toch geldt ondanks het hoger beroep is ingesteld, totdat het gerechtshof anders beslist.

In een behoorlijk aantal gevallen neemt een procedure veel tijd in beslag en kan het erg lang kan duren voordat u een (definitieve) beslissing heeft over een bepaald onderwerp. Maar wat als u niet zolang kunt wachten op een beslissing? In dat geval kunt u een ‘voorlopige voorziening’ aanvragen. Wat dat inhoudt, licht ik hieronder graag toe.

Partners die vaak feitelijk al die tijd al uit elkaar zijn kunnen in feite niet zo lang wachten op een beslissing omdat er toch iets moet gelden met betrekking tot bijvoorbeeld hoe het inkomen wordt verdeeld gedurende het hele proces. Ook hebben zij behoefte aan een veel eerdere beslissing over bijvoorbeeld de woonsituatie, kinder- en partneralimentatie maar ook over wie er gedurende die procedure voor de kinderen zorgt.

Om die reden maakt de wet het mogelijk om in echtscheidingszaken aan de rechtbank een zogenaamde voorlopige voorziening te vragen. De rechtbank beslist dan op veel kortere termijn dan de hierboven geschetste termijn, over zaken als kinder- en partneralimentatie en zorgregeling met betrekking tot kinderen. Een voorlopige voorziening kan ook gevraagd worden over bijvoorbeeld het gebruik van de echtelijke woning. Immers in een aantal gevallen is het gezien het tijdsverloop niet houdbaar dat de partijen nog samenwonen met elkaar. Een van de partijen zal dan de echtelijke woning moeten verlaten. Als partijen het daarover niet eens kunnen worden beslist de rechtbank wie er voorlopig in de echtelijke woning mag blijven wonen en wie tijdelijk deze woning moet verlaten. Hetzelfde geldt voor het beschikbaar stellen van goederen voor dagelijks gebruik.

Hiervoor dient door een advocaat een zogenaamd verzoek voorlopige voorzieningen te worden ingediend bij de rechtbank. Na indiening van een dergelijk verzoek wordt door de rechtbank in beginsel binnen een maand de zaak op een zitting behandeld. De andere (verwerende) partij kan tot op de zitting het verweer bij de rechtbank indienen. In beginsel neemt de rechtbank binnen twee weken na de zitting een beslissing. Kortom in beginsel is er binnen vier tot zes weken een beslissing van de rechtbank over bijvoorbeeld wie er in de echtelijke woning mag wonen, welke kinder- en/of partneralimentatie en welke zorgregeling er geldt totdat er in de echtscheidingsprocedure een definitieve beslissing over die onderwerpen is genomen.

Omdat het spoedeisende procedures zijn, is er minder tijd voor de partijen om alles naar voren te brengen en heeft de rechtbank minder tijd ingepland dan in de normale echtscheidingsprocedure voor de mondelinge behandeling van de zaak. Dat maakt dat er niet altijd een hele nauwkeurige beslissing kan worden genomen. Daar staat tegenover dat er op korte termijn een beslissing kan worden genomen over wat tussen partijen heeft te gelden op bepaalde punten gedurende een bepaalde periode.

Belangrijk is dat indien er nog geen echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen is ingediend, dit wel zo spoedig mogelijk na de beslissing voorlopig voorzieningen dient te gebeuren. Immers de wet bepaalt dat binnen vier weken na de beslissing waarin voorlopige voorzieningen zijn bepaald, het echtscheidingsverzoek (met een nevenvoorzieningen) moet worden ingediend. Als dit niet gebeurt, dan komen de  voorlopige voorzieningen te vervallen.

Ook bepaalt de wet met betrekking tot de specifieke onderwerpen wanneer de voorlopige voorzieningen eindigen. Dat kan zijn op het moment dat de echtscheiding wordt ingeschreven maar dat kan ook zijn op het moment dat door bijvoorbeeld het gerechtshof een beslissing in hoger beroep op een bepaald onderwerp is gegeven, of een ander tijdstip.

Van een beslissing voorlopige voorziening is geen hoger beroep mogelijk. Wel is het mogelijk om een zogenaamde wijziging van de voorlopige voorziening te vragen. Immers onder verwijzing naar het bovenstaande kan het voorkomen dat een scheidingsprocedure lang duurt althans het veel tijd kost voordat er een definitieve beslissing over een onderwerp is. Als er dan helemaal aan het begin van de zaak een voorlopige voorziening is getroffen op basis van de dan geldende omstandigheden kan het zijn dat er zoveel tijd verstrijkt en er inmiddels ook allerlei wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van partijen waardoor de eerder genomen voorlopige voorziening geen recht meer doet aan de nieuwe situatie. In dat geval kan een aanpassing van de voorlopige voorziening aan de nieuwe situatie worden gevraagd. De wetgever heeft, ter voorkoming van een overvloed aan procedures in de voorlopige voorzieningenprocedure wel strikte criteria in de wet opgenomen waaraan moet worden voldaan wil men een wijziging van de voorlopige voorziening kunnen vragen. Zo is het bijvoorbeeld niet de bedoeling om deze procedure te gebruiken als een verkapte hoger beroepsmogelijkheid.

Piket mediation

Om de zogenaamde vechtscheidingen zoveel mogelijk terug te dringen en partijen in zo vroeg mogelijk stadium weer terug te laten keren naar het onderling overleg, is binnen de rechtbank de zogenaamde piket mediation ontwikkeld. Het doel van piket mediation is een verdere escalatie van het conflict te beperken en partijen de mogelijkheid te bieden om snel tot een oplossing te kunnen komen. Deze mediation wordt in een zo vroeg mogelijk stadium ingezet. De rechter selecteert aan de hand van de ingediende verzoeken welke zaken in aanmerking komen voor mediation. Vervolgens wordt er voor gezorgd dat bij die zaken op de zitting een zogenaamde piket mediator aanwezig is. Dit is een in het familierecht gespecialiseerde mediator die aan de door de rechtbank gestelde criteria voldoet en zich heeft aangemeld om ingezet te worden op de voorlopige voorzieningenzaken.

Tijdens de mondelinge behandeling van het voorlopige voorzieningen verzoek wordt de zaak door de rechter eerst inhoudelijk behandeld en vervolgens wordt partijen, na daarover uitleg te hebben gekregen, gevraagd of zij bereid zijn om ter plekke met een piketmediator mee te gaan. De piketmediator die bij de zitting aanwezig, is kent de zaak tot aan de zitting niet en hoort pas op de zitting wat de discussie tussen partijen is. De mediator kan vaak tijdens de zitting ook aangeven wat zijn of haar indruk is met betrekking tot de mogelijkheden om de zaak alsnog via mediation te regelen.

Bij de rechtbank is er ruimte vrij voor de mediator en de partijen om onmiddellijk en ter plekke aan de slag te gaan met het onderzoeken of er alsnog een voorlopige regeling mogelijk is.

Partijen hebben met de mediator vervolgens twee weken de tijd om tot een voorlopige regeling te komen. Indien dit lukt geldt deze regeling en kan deze worden vastgelegd door de rechtbank. Mocht het partijen binnen twee weken niet lukken om tot een regeling te komen, dan beslist de rechtbank alsnog kort na die twee weken.

Met betrekking tot de kosten van deze zogenaamde piketmediation geldt dat indien partijen in aanmerking komen voor een toevoeging (in dat geval betaalt, afhankelijk van uw inkomen, de overheid een deel van de kosten van de mediator of advocaat) zij ook voor de mediation een toevoeging krijgen. Indien partijen niet in aanmerking komen voor een toevoeging geldt voor de eerste twee uur van de mediation een zogenaamd instaptarief dat € 90,75, inclusief btw, per persoon. Lukt het partijen niet om binnen de twee uur bij de rechtbank tot een regeling te komen en dienen zij hun mediationgesprekken nog voort te zetten met behulp van mediator, dan geldt het uurtarief van de betreffende mediator.

Indien u meer wilt lezen over deze zogenaamde mediation naast rechtspraak dan verwijs ik u via onderstaande link naar de brochure van de rechtspraak waarin u kunt lezen over de uitgangspunten van mediation, de kosten etc.
https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/R021-Mediation-naast-familiezaken.pdf

Voor overige vragen over zaken rond voorlopige voorzieningen kunt u vanzelfsprekend contact opnemen met een van onze advocaten/mediators.

Geen huwelijk maar wel samenwonen

Indien partijen niet met elkaar gehuwd zijn en er dus geen echtscheidingsprocedure hoeft te worden gevoerd, maar partijen het niet eens zijn over zaken zoals een zorgregeling met betrekking tot de kinderen, kinderalimentatie of wie de gezamenlijke woning toegedeeld moet krijgen, of dat deze verkocht moet worden, dan kunnen zij deze zaken ook in een procedure aan de rechtbank ter beslissing voorleggen. Ook hiervoor geldt dat er dan een procedure gaat lopen die maanden kan duren terwijl er behoefte is aan een voorlopige regeling op korte termijn. In dat geval gelden niet de voorlopige voorzieningen regelingen zoals die in de echtscheidingsprocedure gelden maar kan bij de rechtbank via een zogenaamd kort geding om een spoedeisende maatregel worden verzocht.

Indien u over deze specifieke onderwerpen meer wilt weten, kunt u vanzelfsprekend contact opnemen met één van onze advocaten.

Geschreven door

Inge Mooren – van Weereld

advocaat & mediator
familierecht, erfrecht, mediation

ingemooren