De-10-ABC_website

De 10 meest gebruikte juridische termen die een niet-advocaat écht niet begrijpt – februari

Recht algemeen

De 10 meest gebruikte juridische termen die een niet-advocaat écht niet begrijpt – februari

De gemiddelde Nederlander spreekt lekker vlot Nederlands. De gemiddelde advocaat spreekt erg moeilijk – soms zelfs onbegrijpelijk – Nederlands. Doen ze dat om interessant te lijken? Is het omdat bepaalde documenten/zaken nou eenmaal dat moeilijke woord toegewezen hebben gekregen? Nog belangrijker is: kan het makkelijker?

Er wordt ook wel gesproken over jip-en-janneketaal, iets (moeilijks) uitleggen in makkelijke en begrijpelijke taal. Als een woord heel moeilijk klinkt, kan het best zo zijn dat de betekenis ervan easy peasy lemon squeezy is. Op advocatenkantoren wordt regelmatig gegooid (niet letterlijk) met jargon, dus hieronder volgen tien van die moeilijke woorden die eigenlijk easy peasy zijn. Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

1. Griffierecht:

bedrag dat aan een gerecht (bijvoorbeeld de rechtbank of het gerechtshof) moet worden betaald als je een zaak start, of daarin gedaagde bent. Hoeveel er aan griffierecht moet worden betaald, is onder andere afhankelijk van de zaak zelf, het inkomen en of de partij een particulier is of een organisatie.

2. Insolventie:

‘solvere’ betekent ‘betalen’. ‘In’ voegt daaraan een ontkenning toe, dus: ‘niet kunnen betalen’. Het gaat om een persoon of onderneming die niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. In Nederland zijn er drie regelingen:
– faillissement;
– surseance van betaling (‘uitstel van betaling’);
– wet schuldsanering natuurlijke personen.

3. Kort geding:

procedure om in een spoedeisende en niet-complexe, civiele zaak op korte termijn een beslissing van de rechtbank te krijgen. De uitspraak van de rechter is voorlopig, want hierna kunnen partijen alsnog naar de rechtbank gaan om een bodemprocedure te starten (de zaak aan de rechter voor te leggen). De bodemprocedure neemt (veel) meer tijd in beslag.

4. Gemachtigde:

procesvertegenwoordiger. Iemand die als vertegenwoordiger namens een partij optreedt in de procedure. Deze persoon hoeft geen advocaat te zijn. In veel procedures is bijstand van een advocaat echter verplicht.

5. President:

de voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof of van de Hoge Raad. De president heeft de dagelijkse leiding over het gerecht.

6. Raadsheer:

rechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen, beiden zijn raadsheer.

7. Raadsman:

een advocaat. Raadsvrouw: vrouwelijke advocaat.

8. Transitievergoeding:

een vergoeding op grond van de wet waarop iemand recht heeft bij ontslag door de werkgever bij een dienstverband van twee jaar of langer. De transitievergoeding vervangt de kantonrechtersformule vanaf 1 juli 2015. Meer weten over transitievergoeding. Klik dan hier.

9. Schikking:

overeenstemming tussen partijen waarmee het conflict is opgelost, zonder dat de rechter een uitspraak heeft gedaan.

10. Tussenuitspraak:

hierin geeft de rechter geen eindbeslissing, maar een ‘tussenbeslissing’. Dat kan bijvoorbeeld een bewijsopdracht aan een van de partijen zijn. In beginsel is de rechter gebonden aan hetgeen in de tussenuitspraak staat. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mag de rechter daarvan afwijken in zijn einduitspraak.

Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

Als je de volgende keer nou denkt: ‘wat zegt ze nou?’, dan hoor ik het graag en leg ik het gewoon nog een keer uit.

Geschreven door

Denise Janssen

advocaat
privacyrecht, ondernemingsrecht, insolventierecht

denisejanssen-1