Ontwerp-zonder-titel-3

10 wetenswaardigheden over de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag

Arbeids- en ambtenarenrecht

10 wetenswaardigheden over de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag

De afgelopen maanden werd de vraag mij vaak gesteld door werkgevers: of ik al wist of en per wanneer zij gecompenseerd zouden worden voor de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Tot voor kort was mijn antwoord steevast dat de kans groot was dat dit per 1 april 2020 inderdaad het geval zou zijn. Toch durfden veel werkgevers een ontslag van een langdurig zieke medewerker nog niet aan. Dienstverbanden werden voor de zekerheid ’slapend’ gehouden.

Inmiddels is duidelijk dat de compensatieregeling er definitief komt per 1 april 2020.

Aanleiding dus om tien belangrijke wetenswaardigheden te bespreken rondom de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

  1. De compensatieregeling geldt voor werkgevers die op of na 1 juli 2015 een transitievergoeding hebben betaald aan een werknemer die langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is.
  2. Aanspraak op de compensatie kan niet alleen worden gemaakt na opzegging op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid via een ontslagvergunning van het UWV, maar ook in geval van een beëindiging met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst. In die vaststellingsovereenkomst zal onder meer duidelijk moeten worden opgenomen dat de langdurige arbeidsongeschiktheid de reden voor de beëindiging is en dat er geen zicht is op herstel binnen afzienbare tijd.
  3. De compensatie is gelijk aan de hoogte van de transitievergoeding zoals deze wordt berekend na het verstrijken van de termijn van twee jaar ziekte. Dit betekent dus dat als de transitievergoeding hoger is, omdat de arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld pas na drie jaar ziekte wordt beëindigd, het meerdere boven de transitievergoeding berekend na twee jaar ziekte (1/3 maandsalaris in dit voorbeeld) niet wordt gecompenseerd. Ook als er bijvoorbeeld een loonsanctie is opgelegd tijdens het derde ziektejaar, vanwege het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen door de werkgever, wordt de transitievergoeding die wordt opgebouwd in dat derde jaar niet gecompenseerd.
  4. Er geldt ook een maximering van de compensatie tot het bedrag aan loon dat gedurende de twee jaar arbeidsongeschiktheid aan de werknemer is betaald. Het gaat om het brutoloon, zonder werkgeverslasten.
  5. Financiering van de compensatie gebeurt vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf). De werkgeverspremies vullen de pot van dit fonds. Voor 2019 is de Awf-premie al verhoogd met 0,75% en daarna zal de verhoging structureel 0,1% zijn.
  6. Het UWV voert de compensatieregeling uit en heeft een regeling compensatie transitievergoeding opgesteld waarin details zijn opgenomen over de wijze waarop werkgevers aanspraak kunnen maken op de compensatie.
  7. Aanvragen voor de compensatieregeling zullen via een digitaal aanvraagformulier moeten worden ingediend, waarin de werkgever stapsgewijs door het aanvraagproces wordt geleid. Dit zal waarschijnlijk lijken op de wijze waarop momenteel een ontslagaanvraag bij het UWV moet worden ingediend.
  8. Compensatie van transitievergoedingen die zijn betaald aan langdurige arbeidsongeschikte medewerkers vóór 1 april 2020 kan tot 1 oktober 2020 worden aangevraagd. Compensatie van transitievergoedingen die worden betaald na 1 april 2020 moet worden aangevraagd binnen zes maanden na betaling van de transitievergoeding (of binnen 6 maanden na de laatste termijn daarvan, in geval van een uitbetaling in delen).
  9. Het kan best een tijd duren voordat het UWV over de compensatie beslist, zeker als het gaat om transitievergoedingen die voor 1 april 2020 zijn betaald. Het UWV streeft er namelijk naar om daar uiterlijk op 1 april 2021 over te beslissen, met een uitloop naar 1 januari 2022. Aanvragen voor compensatie van na 1 april 2020 betaalde transitievergoedingen worden in beginsel binnen een termijn van acht weken behandeld.
  10. Documenten die in elk geval nuttig zijn om te bewaren om per 1 april 2020 in aanmerking te kunnen komen voor de compensatie zijn onder andere: stukken waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd en de reden daarvan, documenten die inzage geven in de berekening van de transitievergoeding en betalingsbewijzen van de betaalde transitievergoeding.
De verwachting voor de nabije toekomst

Nu de compensatieregeling er komend jaar definitief komt, is de verwachting dat slapende dienstverbanden van langdurig arbeidsongeschikte medewerkers in de nabije toekomst eerder uitzondering dan regel zullen zijn. Het feit dat het nog een jaar duurt voordat de regeling daadwerkelijk in werking treedt en het vervolgens nog geruime tijd kan duren voordat het betaalde bedrag ook daadwerkelijk door het UWV is gecompenseerd, plaatst werkgevers echter nog steeds voor een lastig dilemma.

Beëindiging dienstverband en betaling transitievergoeding op korte termijn?

Betaling van een (soms substantiële) transitievergoeding op korte termijn aan een werknemer die twee jaar ziek is, levert de zekerheid op dat dit volledige bedrag in 2021 zal worden gecompenseerd. Dit betekent echter wel dat de werkgever de (soms forse) transitievergoeding mogelijk een kleine twee jaar zal moeten ‘voorfinancieren’.

Dienstverbanden voorlopig slapend houden?

Werkgevers met langdurig arbeidsongeschikte medewerkers die besluiten om het dienstverband om die reden voorlopig slapend te houden, lopen dat risico niet en hoeven bij een beëindiging na 1 april 2020 minder lang op de compensatie te wachten. Nadeel daarvan is echter wel dat de transitievergoeding die zij dan betalen niet volledig wordt gecompenseerd. Die compensatie is namelijk beperkt is tot de transitievergoeding berekend na het verstrijken van de termijn van twee jaar ziekte.

Voor elke beslissing valt dus wat te zeggen. Ik ben bereid met u mee te denken.

Michiel Leenhouts