wet- en regelgeving 2022

Nieuwe wet- en regelgeving 2022

Uncategorized

Nieuwe wet- en regelgeving 2022

In dit artikel hebben wij voor u de nieuwe wet- en regelgeving 2022 op een rij gezet. Het gaat om nieuwe wetten en regelingen op het gebied van het arbeidsrecht, ondernemingsrecht, privacyrecht, vastgoedrecht, familierecht en erfrecht.

Nieuwe wet- en regelgeving Arbeidsrecht
Nieuwe wet- en regelgeving Ondernemingsrecht
Nieuwe wet- en regelgeving Privacyrecht
Nieuwe wet- en regelgeving Vastgoedrecht
Nieuwe wet- en regelgeving Familierecht
Nieuwe wet- en regelgeving Erfrecht

Arbeidsrecht

Flexkrachten eerder medezeggenschapsrechten

Als onderdeel van het wetsvoorstel “Verzamelwet SZW 2022” is de Wet op de Ondernemingsraden (“WOR”) gewijzigd. De WOR regelt de medezeggenschap van werknemers. Dit wordt onder meer vormgegeven door de figuur van de ondernemingsraad. Het idee (en doel) van de WOR is dat de ondernemingsraad een afspiegeling vormt van alle werknemers. Binnen de onderneming werden flexkrachten voorheen echter enkel als werknemer in de zin van de WOR gezien wanneer zij ten minste 24 maanden via een uitzendovereenkomst bij de werkgever in dienst waren. Ook waren werknemers enkel kiesgerechtigd wanneer zij ten minste 6 (actief) en 12 (passief) maanden in de onderneming van de werkgever werkzaam waren.

Deze termijnen zijn als ‘niet meer van deze tijd’ beoordeeld. De gemiddelde duur dat werknemers in dienst zijn bij een werkgever is afgenomen en het aantal flexkrachten toegenomen. Met de wetswijziging is geprobeerd om ook de werknemers met een flexibel dienstverband meer bij de medezeggenschap te betrekken. Dit is gedaan door verschillende termijnen te verkorten:

(i) een flexkracht (uitzendkracht) kwalificeert nu in plaats van na 24 maanden al na 15 maanden als werknemer in de zin van de WOR. Na 15 maanden bouwt de flexkracht dus medezeggenschapsrechten op; en

(ii) de termijnen voor het verkrijgen van kiesrecht zijn verkort van respectievelijk 6 (actief) en 12 (passief) maanden naar 3 maanden. Een flexkracht is nu dus na 18 maanden (15 + 3) zowel passief als actief kiesgerechtigd.

Betaald ouderschapsverlof

Vanaf 2 augustus 2022 krijgen werknemers recht op 9 weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof. De vergoeding waar de ouders recht op hebben is 50% van het dagloon. Dit percentage wordt eventueel nog verhoogd. Er is een motie ingediend om het percentage te verhogen naar 70%.

Het recht op betaald ouderschapsverlof bestaat enkel in het eerste levensjaar van het kind of in geval van adoptie- of pleegkinderen in het eerste jaar na opname van het kind in het gezin en het kind jonger is dan 8 jaar.

De regeling kan ook worden aangevraagd in geval van werknemers die vóór 2 augustus 2022 ouders worden en waarvan het kind nog voldoet aan de wettelijke vereisten voor betaald ouderschapsverlof (het kind is nog niet 1 jaar oud en het ouderschapsverlof van 26 weken is nog niet volledig benut).

Meer informatie leest u in ons artikel “Ouderschapsverlof vanaf augustus 2022 gedeeltelijk betaald”.

Studiekosten verhalen op werknemer wordt beperkt

De mogelijkheid om studiekosten te verhalen op werknemers wordt vanaf medio 2022 beperkt. Uiterlijk 1 augustus 2022 moet in Nederland de Europese Richtlijn betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden zijn geïmplementeerd. Onder meer moet een werkgever een wettelijk verplichte opleiding die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie kosteloos aanbieden. Het is vanaf de implementatie dus niet meer toegestaan om de werknemer deze studies zelf te laten betalen.

Inmiddels is er een wetsvoorstel ingediend ter implementatie van de richtlijn. Uit de toelichting bij het wetsvoorstel volgt dat onder een verplichte opleiding meestal opleidingen worden verstaan “op het gebied van veiligheid en arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld het bijhouden van de vakbekwaamheid)”. Als voorbeeld van een verplichte opleiding op grond van de wet kan worden gedacht aan de opleiding van werknemers van een trustkantoor.

Meer informatie hierover leest u in het artikel: “Het studiekostenbeding gaat op de schop

Belastingvrije thuiswerkvergoeding

Vanaf 1 januari 2022 mogen werkgevers een vaste belastingvrije thuiswerkkostenvergoeding van maximaal € 2 netto per dag aan werknemers verstrekken. Het daadwerkelijke bedrag dat belastingvrij verstrekt kan worden, moet worden berekend aan de hand van de ‘128-dagen regeling’. Let op: een werkgever kan per dag óf de thuiswerkkostenvergoeding óf de reiskostenvergoeding verstrekken.

Voor meer informatie – en een voorbeeld met berekeningen – verwijzen wij u naar de website van de rijksoverheid.

Wettelijk minimumloon en maximale transitievergoeding per 1 januari 2022

Het wettelijk minimumloon is in 2022 gestegen. Voor werknemers van 21 jaar of ouder geldt bij een fulltime dienstverband het minimum brutoloon van:
€ 1.725,00 per maand;
€ 398,10 per week; en
€ 79,62 per dag.

Het wettelijke minimumloon dat geldt voor werknemers jonger dan 21 jaar, vindt u op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/minimumloon/bedragen-minimumloon/bedragen-minimumloon-2022.

Voor 2022 is het maximumbedrag voor de transitievergoeding vastgesteld op € 86.000 bruto. Het maximumbedrag is daarmee met € 2.000 gestegen. Let op, wanneer het jaarsalaris van een werknemer hoger is dan € 86.000 bruto, dan is het maximum gesteld op één jaarloon.

Sluiting rookruimtes op de werkvloer en in werk gerelateerde voertuigen

Op grond van de Tabaks- en rookwarenwet en het Nationaal Preventieakkoord geldt vanaf 1 januari 2022 een algemeen rookverbod op alle ruimtes waar wordt gewerkt. Hieronder vallen ook bedrijfsvoertuigen. Het rookverbod geldt dus ook in leaseauto’s en vrachtwagens. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan controles uitvoeren ten aanzien van het rookverbod en kan de ondernemer boetes opleggen.

Meer informatie vindt u op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/roken/rookverbod-openbare-ruimten-werkplek-en-horeca.

Bescherming van klokkenluiders uitgebreid

Nederland is verplicht de Europese Richtlijn 2019/1937 ter bescherming van klokkenluiders te implementeren in de Nederlandse wet- en regelgeving. Dit had uiterlijk 17 december 2021 moeten gebeuren. Die datum is niet gehaald, maar in 2022 zal – waarschijnlijk – alsnog de implementatie plaatsvinden. Het wetsvoorstel ter implementatie is inmiddels in behandeling bij de Tweede Kamer.

Op dit moment geldt voor werkgevers met ten minste 50 werknemers al de verplichting van een interne meldregeling waar werknemers (vermoedens van) misstanden kunnen melden. De bescherming van de klokkenluiders op het moment dat zij een melding indienen wordt echter verder uitgebreid. De belangrijkste aanpassingen zijn de volgende:

Meer personen beschermd
Op grond van de richtlijn wordt de groep van te beschermen personen vergroot. Op dit moment worden al beschermd: werknemers, ambtenaren en degenen die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verrichten of hebben verricht zoals zelfstandigen, vrijwilligers en stagiairs. Toegevoegd worden sollicitanten, aandeelhouders, bestuurders, eenieder die werkt onder toezicht en leiding van aannemers, onderaannemers, leveranciers en degenen die een melder bijstaan. Met deze uitbereiding vallen ook ZZP’ers, vrijwilligers, vertrouwensadviseurs, vakbondsvertegenwoordigers, collega’s of familieleden die in een werkgerelateerd verband met de werkgever, klant of dienstontvanger van de melder verkeren.

Beschermings- en ondersteuningsmaatregelen uitgebreid (en bewijslastverschuiving)
In het wetsvoorstel zijn nadere beschermings- en ondersteuningsmaatregelen geïmplementeerd waardoor melders beter beschermd worden tegen (dreigingen en pogingen tot het nemen van) represailles van de werkgever zoals schorsing, ontslag, degradatie, loonsverlaging en dergelijke. De betere bescherming tegen represailles zit onder meer in de verschuiving van de bewijslast die is opgenomen in het wetsvoorstel. De melder kan volstaan met het aantonen dat hij/zij een melding of openbaarmaking heeft gedaan en dat hij/zij is benadeeld. Het is vervolgens aan de werkgever om aan te tonen dat er geen relatie bestaat tussen de melding of openbaarmaking en de benadeling.

Directe extern melden mogelijk
De melder van misstanden is niet meer verplicht dit eerst intern te melden – al wordt wel beschreven dat dit de voorkeur heeft. De melder verkrijgt bescherming op grond van de richtlijn wanneer hij/zij intern en daarna extern of rechtstreeks bij een extern meldkanaal de melding doet of overeenkomstig de richtlijn de betreffende informatie openbaart.

Let op! De ondernemingsraad moet betrokken worden bij het wijzigen van een klokkenluidersregeling.

Ondernemingsrecht

Handelsregister toont geen woonadressen meer

Per 1 januari 2022 is het Handelsregisterbesluit gewijzigd en schermt de Kamer van Koophandel het woonadres van ondernemers en bestuurders af. Enkel overheidsorganisaties of beroepsgroepen die daar wettelijk toestemming voor hebben, zoals de Belastingdienst, advocaten en deurwaarders kunnen de afgeschermde woonadressen nog inzien.

Let op: de adressen die zijn opgenomen als vestigingsadres kunnen nog wel opgevraagd worden. Het vestigingsadres en het woonadres komen bij veel zelfstandige ondernemers overeen. Er wordt nog onderzocht hoe de privacy ook in deze gevallen beter kan worden beschermd.

Minimumloon voor start-up dga’s

Dga’s van een innovatieve start-up mogen een jaar langer gebruik maken van de gebruikloonregeling. Dat betekent dat tot 1 januari 2023 aan de dga het wettelijk toegestane minimumloon mag worden betaald in plaats van een marktconform salaris.

Wetgeving evenwichtiger verhouding van zetels tussen mannen en vrouwen in bestuur en raad van commissarissen

Met ingang van 1 januari 2022 dient minimaal 1 op de 3 leden van de raad van commissarissen vrouw te zijn. Ondernemingen hoeven deze regel pas toe te passen zodra er een plek in de raad van commissarissen vrijkomt.

Wetsvoorstel veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Het wetsvoorstel introduceert een veiligheidstoets voor investeringen, fusies en overnames die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid. Voornoemde toets geldt voor twee soorten ondernemingen in Nederland, te weten (i) vitale aanbieders en (ii) bedrijven die beschikken over sensitieve technologie.

Een wijziging van zeggenschap dient gemeld te worden bij het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). Deze melding dient gedaan te worden door een investeerder, maar ook door de onderneming zelf.
Het BTI beoordeelt of er een risico ontstaat voor de nationale veiligheid. Is dat het geval, dan kan het BTI voorwaarden verbinden aan de investering of in het uiterste geval zelfs de investering verbieden.

Naar verwachting gaat de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames in op 1 maart 2022.

B.V. oprichten via beeldverbinding

Indien u een besloten vennootschap wilt oprichten, dan wordt het naar verwachting dit jaar nog mogelijk om dat digitaal te doen middels een digitale notariële akte. De akte wordt voorzien van een digitale handtekening.

Indien de notaris twijfelt over (bijvoorbeeld) uw identiteit en/of handelingsbekwaamheid kan de notaris weigeren om de vennootschap digitaal op te richten. Naar verwachting treedt deze wetswijziging in op 1 augustus 2022.

Voor meer informatie op het gebied van wijzigingen inzake belastingen/heffingen verwijzen wij u naar de website van het ondernemingsplein van de Kamer van Koophandel: https://ondernemersplein.kvk.nl/wetswijzigingen/belastingen-en-heffingen/

Privacy

In 2021 zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van privacy. Zo heeft de Autoriteit Persoonsgegevens diverse boetes uitgedeeld, is er veel discussie geweest over de komst van de QR-code, keurde de Europese Commissie een nieuw modelcontract goed voor doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar landen buiten de EU en kwam de verplichte risicoanalyse voor bedrijven die persoonsgegevens doorgeven naar landen buiten de EU (Data Transfer Impact Assessment).

Privacy staat niet stil en ook in 2022 kunnen we de nodige ontwikkelingen verwachten. Hieronder staan de belangrijkste opgesomd:

Doorgifte op basis van Standard Contractual Clauses

Deze ontwikkeling hoort eigenlijk bij het jaar 2021. Vanaf 27 september 2021 moeten bedrijven gebruikmaken van de nieuwe SCC. Bedrijven die al een modelcontract als doorgifte-instrument gebruikten, hebben nog tot 27 december 2022 de tijd om hun huidige contracten in lijn brengen met de nieuwe SCC.

Op 16 juli 2020 verklaarde het Europese Hof het EU-VS privacy shield ongeldig, omdat de Amerikaanse overheid persoonsgegevens onvoldoende beschermt. Doorgifte van persoonsgegevens door bedrijven vanuit de EU naar de VS kan daardoor niet meer zomaar. De Standard Contractual Clauses bieden wel een geldige grondslag voor doorgifte. De Europese Commissie heeft een nieuw modelcontract goedgekeurd dat bedrijven kunnen gebruiken voor de doorgifte van persoonsgegevens vanuit de EU naar landen daarbuiten.

Gebruik van de Standard Contractual Clauses alleen is echter niet voldoende. In de praktijk moet een gelijkwaardig beschermingsniveau kunnen worden gewaarborgd. Hiervoor moet eerst een risicoanalyse worden uitgevoerd, de zogenaamde Data Transfer Impact Assessment.
Bedrijven hebben dus tot het einde van 2022om over te stappen op het nieuwe modelcontract en alsnog een risicoanalyse uit te voeren. Voorkom handhaving en wees op tijd.

Nieuwe Guidelines over internationale doorgifte van persoonsgegevens

Voor sommige organisaties die van buiten de Europese Unie (EU) direct persoonsgegevens verzamelen van mensen in de EU, is niet altijd duidelijk of zij die persoonsgegevens extra moeten beschermen. Het gaat om bedrijven waarop de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) direct van toepassing is via artikel 3 AVG. Om hier duidelijkheid over te scheppen, heeft de European Data Protection Board (EDPB) nieuwe guidelines ontwikkeld over internationale doorgifte van persoonsgegevens.

De EDPB zegt nu dat er een doorgifte-instrument nodig is in deze situatie en dat deze organisaties gebruik kunnen maken van ad-hoc-contractbepalingen (ad hoc contractual clauses) of modelcontracten speciaal voor deze situatie.

De Europese Commissie ontwikkelt op dit moment dat type modelcontract. De guidelines staan nu tot en met 31 januari 2022 open voor openbare consultatie:
https://edpb.europa.eu/our-work-tools/documents/public-consultations/2021/guidelines-052021-interplay-between-application_en

Datalekken

Het jaar 2021 was een jaar van grote datalekken. Vervelend voor de bedrijven maar ook voor betrokkenen. Denk aan de datalekken bij de GGD, de RCD en de Nederlandse Aardolie Maatschappij.

Een hoog beschermingsniveau helpt bij het voorkomen van datalekken, maar belangrijker is het signaleren en vervolgens correct afhandelen van een eventueel datalek. Het TEN pakket AVG kan u helpen uw bedrijf AVG-proof te maken. Voor meer informatie over het TEN pakket AVG klikt u hier.

ePrivacy Verordening

Het lijkt erop dat er na vijf jaar eindelijk een definitief voorstel komt van de ePrivacy Verordening. Deze verordening vervangt de ePrivacy Richtlijn. Het blijft in 2022 echter bij een voorstel Op inwerkingtreding van de verordening zullen we wederom een aantal jaar moeten blijven wachten.

De ePrivacy Verordening is een aanvulling op de AVG en gaat specifiek over elektronische communicatie, zoals telefoon en internet. Denk aan de vertrouwelijkheid van e-mails en sms’jes en het gebruik van metadata.

De belangrijkste punten uit de ePrivacy Verordening zijn:

  • De ePrivacy Verordening zou cookiewalls moeten verbieden, net zoals de AVG dat doet. Volgens de AVG zijn cookiewalls niet toegestaan, omdat gebruikers dan niet kunnen kiezen of zij tracking cookies willen of niet.
  • Gegevens uit vertrouwelijke elektronische communicatie, zoals WhatsApp-berichten, sms’jes en e-mails mogen zonder toestemming alleen gebruikt worden voor noodzakelijke doelen. Dit geldt ook voor de metadata, zoals locatiegegevens, die met een bericht meegestuurd worden.
  • Het toezicht op gebruik van persoonsgegevens binnen de ePrivacy Verordening zou volledig bij dezelfde toezichthouders moeten liggen als het toezicht op de AVG. In het huidige voorstel voor de ePrivacy Verordening is dat toezicht in sommige gevallen verspreid over verschillende toezichthouders.

Wetsvoorstel Tijdelijke wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen

Op dit moment is het wetsvoorstel in voorbereiding. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat het coronatoegangsbewijs in sommige gevallen ook op de werkvloer en bij het bezoeken van bepaalde locaties kan worden ingezet als dat noodzakelijk is met het oog op de vermindering van de overdracht van het coronavirus. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen sectoren waar het coronatoegangsbewijs verplicht is en sectoren waar dit niet verplicht is.

Dit wetsvoorstel verandert het huidige uitgangspunt van het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in de werkgever-werknemer relatie: het verbod van het verwerken van gezondheidsgegevens van de werknemer. De QR-code is aan te merken als een gezondheidsgegeven en daarmee een bijzonder persoonsgegeven. Het verwerken van deze gegevens is in principe verboden. Er bestaan uitzonderingen, maar dat geldt (nog) niet voor de QR-code.

Vastgoed

Gewijzigde woningwet

Vanaf 1 januari 2022 geldt de aangepaste Woningwet waarmee corporaties, huurdersorganisaties en gemeenten aan de slag kunnen met het toewijzen en verduurzamen van (gereguleerde) huurwoningen en de leefbaarheid. Onnodige details zijn geschrapt en regels zijn vereenvoudigd of verduidelijkt. Woningbouwcorporaties kunnen meer doen op maatschappelijk vlak. Zo vervalt het maximum investeringsbedrag voor leefbaarheid, mogen corporaties bij het verduurzamen van hun bezit de direct betrokken particuliere eigenaren ontzorgen en wordt de gemeentelijke woonvisie verplicht. Ook zijn er aanpassingen in het passend toewijzen, de tijdelijke huurcontracten voor flexwoningen en de vrije toewijzingsruimte voor vrijkomende huurwoningen.

Beperkte huurverhoging vrije sector en huurbevriezing sociale huur

Voor de vrije sector wordt de jaarlijkse huurverhoging tot mei 2024 wettelijk beperkt tot inflatie plus 1%-punt. Voor huurwoningen in de vrije sector geldt vanaf 1 januari 2022 een verhoging van maximaal 3,3%. De huren in de gereguleerde sector zijn bevroren tot 30 juni 2022.

Scheefwonen

Scheefwonen is een term die in Nederland wordt gebruikt voor het wonen van mensen in een huurwoning ondanks dat hun inkomen daar te hoog voor is. De huurders hebben een te hoog inkomen voor hun type woning, waardoor ze dus eigenlijk te weinig huur betalen. Er wordt steeds strenger opgetreden tegen scheefwoners, om zo te ontmoedigen om in de huurwoning te blijven wonen. Zo wordt er ieder jaar een inkomensafhankelijke huurverhoging vastgesteld.

Vanaf 1 januari 2022 worden de mogelijkheden om via de inkomensafhankelijke huurverhoging de huur van scheefwoners extra te verhogen uitgebreid door het woningwaarderingsstelsel los te laten.

Verkoop van corporatievastgoed

De verkoop van corporatievastgoed is aan veel en strenge wettelijke regels gebonden om te voorkomen dat maatschappelijk bestemd vermogen verdwijnt bij woningcorporaties. Met ingang van 2022 worden de Woningwet en het Besluit toegelaten instelling volkshuisvesting (BTIV), het wettelijk kader waarin de verkoopregels zijn opgenomen, flink gewijzigd.

Opkoopbescherming

Vanaf 1 januari 2022 kunnen gemeenten buurten aanwijzen waar op de woningen een zelfbewoningsplicht komt te rusten. Dit kan in buurten waar schaarste is aan goedkope en middeldure koopwoningen of waar de leefbaarheid onder druk staat door het opkopen van woningen voor verhuur. De gemeente moet zelf vooraf bepalen welke woningen in het goedkope en middeldure segment vallen. Veel steden onderzoeken de inzet van dit middel; Amsterdam en Utrecht zijn zelfs voornemens hun hele stad aan te wijzen.

Omgevingswet

In juli 2022 zal de nieuwe Omgevingswet in werking treden. De inwerkingtreding is al meermaals uitgesteld. Het doel van de Omgevingswet is te zorgen voor overzichtelijke en efficiënte regels voor een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De wet voegt diverse wetgeving inzake (onder meer) ruimte, wonen, infra, milieu, natuur en water samen. Bijna alle huidige regelgeving over ruimtelijke ordening gaat op de schop. Zo gaan 26 wetten geheel of gedeeltelijk op in de Omgevingswet. De wet zou daarnaast moeten zorgen voor snellere besluitvorming.

Daarnaast wordt er een nieuw digitaal stelsel opgericht (Digitaal Stelsel Omgevingswet), welk stelsel www.ruimtelijkeplannen.nl vervangt. Er ontstaat zo één digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen en het raadplegen van de geldende regels per locatie. Ook het vergunningstelsel voor het bouwen wordt gewijzigd in de Omgevingswet. Er wordt een knip gemaakt in het ‘ruimtelijk deel’ en het ‘technisch deel’.

Energielabel bij verkoop en verhuur woning

Per 1 januari 2022 moeten verkopers en verhuurders bij de verkoop of verhuur van hun woning of gebouw het energielabel ook tonen in advertenties (bijvoorbeeld via Funda of de makelaar). De tijdelijke opschorting van de handhaving op deze zogeheten advertentieplicht komt daarmee te vervallen.

Verduurzaming van woningen

Vanaf 1 januari 2022 wordt de subsidie bij twee verduurzamingsmaatregelen voor woningen verhoogd. Woningeigenaren en VvE’s krijgen dan in plaats van zo’n 20% ongeveer 30% terug op hun investering. De subsidie kan besteed worden aan twee isolatiemaatregelen of een combinatie van een isolatiemaatregel met een (hybride warmtepomp).

Meer informatie over subsidies voor verduurzaming: Subsidies verduurzamen woning
Meer informatie ISDE voor woningeigenaren: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) aanvragen
Meer informatie SEEH voor VvE’s: Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor VVE 

Familierecht

Indexeringspercentage alimentatie

Het indexeringspercentage alimentatie 2022 is 1,9%.

Fiscale wijziging bij partneralimentatie

Fiscaal is er een wijziging te melden die relevant is voor diegenen die partneralimentatie betalen:
De aftrek gaat van 43 naar 40%.

Nieuwe wet Verdelen van Pensioen bij scheiding

Per 1 juli 2022 zal de nieuwe wet Verdelen van Pensioen bij scheiding in werking treden.
In de huidige wet blijven veel ex-partners na de scheiding nog financieel met elkaar verbonden hetgeen niet wenselijk is en bovendien is de huidige wet erg ingewikkeld. De verdeling van het pensioen na scheiding dient door de inwerkingtreding van de nieuwe wet Verdelen van Pensioen bij scheiding eenvoudiger te worden.

Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij:

  • Voor alle scheidende koppels wordt pensioenconversie de standaard en dat betekent dat iedere ex-partner een eigen aanspraak op ouderdomspensioen heeft;
  • De ex-partner is voor de uitbetaling van het pensioen niet langer afhankelijk van het in leven zijn van de verdelingsplichtige partner;
  • In de nieuwe situatie hebben beide ex-partners recht op de helft van het partnerpensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. De periode van opbouw voor het huwelijk komt dus te vervallen;
  • Beide partners kunnen een eigen financiële planning maken op basis van het eigen resterende en nog op te bouwen pensioen en het definitief toebedeelde pensioen van de ex-partner;
  • Als u het met deze nieuwe regels eens bent, dan hoeft u verder niets meer te doen. Nu moet u nog binnen twee jaar na uw scheiding uw pensioenuitvoerder(s) op de hoogte brengen van uw scheiding en de afspraken die zijn gemaakt. Dit is in de nieuwe situatie niet meer nodig;
  • Het blijft mogelijk om samen afwijkende afspraken te maken. Deze afspraken worden dan in het echtscheidingsconvenant opgenomen. Bij afwijkende afspraken zijn de partners wel verplicht om deze binnen zes maanden na de scheiding door te geven aan de pensioenuitvoerder(s).

De nieuwe wet zorgt er dus voor dat de wederzijdse afhankelijkheid van de ex-partners qua pensioen wordt beëindigd. Beide partners weten exact waar zij aan toe zijn. Alleen de eigen pensioenopbouw tot de pensioendatum is nog onbekend en afhankelijk van de toekomstige opbouw.

Het bijzonder partnerpensioen

Het bijzonder partnerpensioen, een uitkering die start bij het overlijden van de ex-partner, verdwijnt. Het recht op dit partnerpensioen is immers al opgenomen in het geconverteerde pensioen. Dat betekent dat bij scheiding goed gekeken moet worden naar de financiële gevolgen voor de langstlevende bij overlijden van de ex-partner. Dat is onder de nieuwe wetgeving niet meer het geval. In sommige gevallen kan dat wel een gewenste situatie zijn. Dan is het belangrijk om dat tijdens de echtscheiding goed af te spreken en tijdig te melden aan de pensioenuitvoerder(s).

De nieuwe wet zorgt voor minder afhankelijkheid van de ex-partners na de scheiding. Toch kan het in sommige gevallen wenselijk zijn om af te wijken van de (nieuwe) wet. Laat u daar goed over informeren, want alleen tijdens de scheiding is het mogelijk om deze afwijking toe te passen.

Procedure Gezamenlijke Toegang Ouders bij echtscheiding

De rechtspraak blijft zich ontwikkelen en de procedure gezamenlijke toegang ouders bij scheidingen blijft. Er zal nog meer aandacht gevestigd worden op het in onderling overleg afspraken maken bij scheidingen zonder tussenkomst van de rechter. Dit om strijd tussen ouders te voorkomen en vooral ook de met een echtscheiding gepaard gaande stress bij kinderen zo veel mogelijk te beperken.

Overig

Verder liggen er diverse wetsvoorstellen die nog goedgekeurd moeten worden over veranderende toepassingen in de jeugdzorg, pleegzorg, gehandicaptenzorg en bevoegdheden van de voogd.

Erfrecht

Met ingang van 1 januari 2022 zijn de vrijstellingen en tarieven schenk- en erfbelasting aangepast.
De tarieven en vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting worden met 1,3% geïndexeerd.

Tarieven schenk- en erfbelasting 2022

Waarde van de erfenis – € 0,00 – € 130.425:
Partner (Pleeg- of Stief-)kind / Kind met een beperking – 10%
Kleinkinderen en verdere afstammelingen – 18%
Overige erfgenamen – 30%

Waarde van de erfenis € 130.425 en meer:
Partner (Pleeg- of Stief-)kind / Kind met een beperking – 20%
Kleinkinderen en verdere afstammelingen – 36%
Overige erfgenamen – 40%

Vrijstelling erfbelasting

Relatie tot de overledene – Vrijstelling
Echtgenoot, geregistreerd partner of samenwonend partner – € 680.645
Kind, pleegkind of stiefkind – € 21.559
Kleinkind – € 21.559
Kind met een beperking – € 64.666
Ouder – € 51.053
Andere erfgenaam, zoals broer of zus – € 5.677

Vrijstelling schenkbelasting

Relatie tot schenker  – Vrijstelling
Kind (jaarlijks) –€ 5.677
Kind tussen de 18 en 40 jaar eenmalig – € 27.231
Kind tussen de 18 en 40 jaar eenmalig ten behoeve van dure studie – € 56.724
Iedereen tussen de 18 en 40 jaar – € 106.671
Overige verkrijgers – € 2.274

Meer weten over de nieuwe wet- en regelgeving 2022?

Wilt u graag meer weten over de nieuwe wet- en regelgeving 2022 en specifieke rechtsgebieden of heeft u vragen naar aanleiding van deze wijzigingen? Neem dan contact op met één van onze advocaten.

Geschreven door

Michiel Leenhouts

advocaat
arbeidsrecht, ambtenarenrecht

michiel leenhouts
Geschreven door

Ward Welage

advocaat
ondernemingsrecht, insolventierecht

ward welage
Geschreven door

Linda van Putten – van den Heuvel

advocaat & mediator
familierecht

linda van putten van den heuvel
Geschreven door

Joyce Nooijen – Middelkoop

advocaat & mediator
familierecht, erfrecht

joyce nooijen middelkoop
Geschreven door

Anouk Kolk

advocaat 
privacyrecht, ondernemingsrecht
vastgoedrecht, incasso

anouk kolk