“De schuldsanering, dát moet je niet willen!”

“De schuldsanering, dát moet je niet willen!” Ik hoor het Martijn Krabbé nog zeggen in een uitzending van ‘Uitstel van executie’. Na een periode van zwaar weer krijgt de dame in kwestie van Martijn het verlossende woord. Zij wordt geholpen en zal hopelijk met niet al te veel schulden verder kunnen gaan met haar leven. Tijdens het overleg tussen de partijen wordt steeds maar weer aangehaald dat de schuldsanering iets is, wat met man en macht voorkomen moet worden. Deze uitspraak geeft helaas wél precies aan hoe er over het algemeen wordt gedacht over de schuldsanering en de bewindvoerder: taboe, niet doen en niet willen.

Vooroordelen

Als bewindvoerder leg ik na de uitspraak waarin de rechter de schuldsaneringsregeling uitspreekt, een huisbezoek af en in de regel tref ik onzekere en gespannen mensen. Uit de omgeving komen altijd horrorverhalen over bewindvoerders die schulden verder laten oplopen, gezinnen (mét kinderen) laten rondkomen van € 40,00 per week, niet communiceren of zelfs vertrekken met het geld van cliënten. Die onzekerheden en waar ze vandaan komen zijn bekend. Het wegnemen van die twijfels en vooroordelen is moeilijk, maar ik ga wél de meest gehoorde vooroordelen proberen te ontkrachten:

  • de rekeningen worden door de bewindvoerder betaald;
  • bewindvoerders zijn niet te vertrouwen;
  • mijn schulden lopen alleen maar verder op;
  • je mag niets meer zelf doen;
  • rondkomen van € 40,00 per week;
  • alles van waarde wordt verkocht.

De rekeningen worden door de bewindvoerder betaald

Niet waar! Er zijn twee verschillende soorten bewindvoering: Wsnp-bewind en beschermingsbewind. Beide vormen worden van toepassing door een rechterlijke uitspraak maar zijn wezenlijk verschillend. De beschermingsbewindvoerder regelt je geldzaken. Je inkomen en de vaste lasten worden ontvangen en betaald vanaf een beheerrekening. Je krijgt op jouw eigen rekening alleen geld om in jouw levensonderhoud te voorzien. Deze vorm van beschermingsbewind wordt door de kantonrechter uitgesproken.

De Wsnp-bewindvoerder regelt géén geldzaken; de bewindvoerder houdt toezicht op de schuldsaneringsregeling en of je je aan de verplichtingen houdt. De bewindvoerder bepaalt welk deel van het inkomen je mag behouden voor de vaste lasten en de boodschappen en welk deel van het inkomen je moet afdragen.

Deze beide vormen kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt dus een Wsnp-bewindvoerder en een beschermingsbewindvoerder hebben.

Bewindvoerders zijn niet te vertrouwen!

Dit is een van de vooroordelen die ik kan begrijpen. De verhalen van bewindvoerders die er vandoor gaan met het geld van hun cliënten zijn niet van de lucht.

Ik begrijp dat het moeilijk is om te vertrouwen op iemand die je niet kent en op een proces dat zich grotendeels op een kantoor afspeelt. Om jou, de schuldeisers en de schuldsaneringsregeling te beschermen is er de wet, zijn er richtlijnen en is er een gedragscode voor Wsnp-bewindvoerders (Wet schuldsanering natuurlijke personen). Bewindvoerders zijn verplicht zich daaraan te houden.

Bovendien kijkt de rechter-commissaris mee. Elk half jaar moet de bewindvoerder verslag uitbrengen aan de rechter-commissaris. Bij dit verslag wordt een overzicht gevoegd van het inkomen dat je in het afgelopen half jaar hebt gehad en wat je had moeten aflossen aan de schuldeisers. Daarnaast wordt er een overzicht bijgevoegd van de boedelrekening (spaarrekening in een Wsnp) waarop alle betalingen zichtbaar zijn. Bij het einde van de Wsnp moet de bewindvoerder alle stukken van de boedelrekening opsturen naar de rechtbank, de zogeheten ‘rekening en verantwoording’. De rechtbank en jijzelf kunnen dan zien waar het gespaarde bedrag voor is gebruikt: betaling van de schulden en de kosten voor de Wsnp.

Verder worden alle afspraken die jij en de bewindvoerder maken, schriftelijk vastgelegd. Ik probeer als bewindvoerder zoveel mogelijk schriftelijk te corresponderen zodat we altijd iets kunnen terugzoeken.

“Bewindvoerders zijn niet te vertrouwen. Of juist wel?”

Mijn schulden lopen alleen maar verder op

Niet waar! In tegenstelling tot bijvoorbeeld een gemeentelijke schuldregeling (ook wel een minnelijke of buitengerechtelijke regeling) kent de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) het fixatiebeginsel. De datum van de toelating tot de Wsnp is van groot belang. Schuldeisers mogen alleen kosten in rekening brengen tot de datum van de toelating tot de Wsnp. Vanaf het moment dat de Wsnp is uitgesproken mag dat niet meer. De schulden staan op dat moment dus vast. Het is dus voor schuldeisers van belang dat zij zich tijdig bij de bewindvoerder melden. De Wsnp is de enige schuldregeling met deze mogelijkheid. Een budgetcoach, beschermingsbewindvoerder of de Kredietbank heeft die mogelijkheid niet. Wanneer er dan geen financiële ruimte is voor aflossingen, lopen de schulden inderdaad alleen maar op.

Je mag niets meer zelf doen

Niet waar! De schuldsaneringsregeling is zó ingericht dat je zelf werkt aan een schuldenvrije toekomst. Er wordt een actieve houding verwacht en je moet zelf problemen (buiten de problemen met de reeds bestaande schuldeisers) oplossen. Je moet de bewindvoerder informeren en zorgen dat je vaste lasten betaald worden. Je moet dus juist heel veel zelf doen. Wat niet meer mag, is het vrij beschikken over je vermogen. Daarop ligt beslag en waar het over je vermogen gaat, beslist de rechter-commissaris. De bewindvoerder geeft hierover advies aan de rechter-commissaris. Je kan hierbij bijvoorbeeld denken aan een erfenis: je mag de erfenis niet zelf aanvaarden of verwerpen. Dat moet de bewindvoerder namens jou doen.

De Wsnp verandert niets aan jouw handelingsbekwaamheid. Handelingsbekwaam wil zeggen dat je rechtshandelingen mag verrichten zoals gewoonlijk. Je kan dus een telefoonabonnement afsluiten, je energie oversluiten, boodschappen doen en een bankrekening openen of opzeggen.

“Je mag zelf een telefoonabonnement afsluiten”

Rondkomen van € 40,00 per week

De beheerder van het budget of de beschermingsbewindvoerder bepaalt de hoogte van het leefgeld, afhankelijk van het inkomen en de uitgaven. De bewindvoerder heeft hierop geen invloed. Voor de bepaling van de hoogte van het leefgeld wordt meestal uitgegaan van een basisbedrag van € 40,00 per week. Voor elk gezinslid wordt dit bedrag vervolgens met € 10,00 verhoogd. Een gezin van vijf personen moet dus rond komen van € 80,00 per week. Natuurlijk is dit per geval verschillend. Als er ruimte is binnen het budget kan het bedrag worden verhoogd (bijvoorbeeld vanwege extra kosten die gemaakt moeten worden). Dat is wel altijd een kwestie tussen jou en de budgetbeheerder/beschermingsbewindvoerder.

Alles van waarde wordt verkocht

Als er dure kunst aan de muur hangt dan is de kans klein dat je deze mag houden. Rijd je in een gloednieuwe auto? Dan moet deze waarschijnlijk worden verkocht of worden geruild tegen een ouder, goedkoper model. Maar heb je een oude(re) auto en heb je deze nodig voor je werk? Dan zal ik als bewindvoerder proberen te zorgen dat je deze mag houden. Het is natuurlijk belangrijk dat je naar je werk kunt blijven gaan. De kosten voor de auto moet je wel altijd zelf betalen. Je wordt daarvoor tot op zekere hoogte wel tegemoet gekomen via je vrij te laten bedrag (het bedrag waarvan je moet rondkomen). Dit bedrag wordt wat verhoogd met een vast bedrag voor het bezit van de auto en de daarbij komende kosten (brandstof en vaste lasten).

Op het moment dat je wordt toegelaten tot de Wsnp ligt er een faillissementsbeslag op de hele ‘boedel’. De boedel (niet te verwarren met je inboedel) omvat alle goederen die in jouw bezit zijn. Onder goederen vallen dus onder meer de inboedel, een auto, een koopwoning, het inkomen en het vermogen. Dat hierop beslag ligt, wil niet zeggen dat alles wordt ingenomen. Tijdens het huisbezoek inventariseren we wat de omvang van de boedel is. We kijken daarbij naar vermogen in geld (bijvoorbeeld het saldo op je betaal- en spaarrekeningen, levensverzekeringen/lijfrenten of aandelen), maar ook naar vermogen in goederen (de auto, dure apparatuur, kunst, sierraden).

Vervolgens kijken we naar de noodzakelijkheid. Als je de auto nodig hebt om naar je werk te kunnen en de auto heeft geen hoge waarde, dan mag je die waarschijnlijk gewoon behouden. Is je inboedel normaal, staan er geen dure, exclusieve design meubels? Dan mag je ook dat behouden. Heb je in de jaren voorafgaand aan de Wsnp mooie dure sierraden verzameld? Dan bestaat de kans dat je er daarvan een aantal moet afstaan. Ben je eigenaar van een koopwoning zit daar overwaarde op? Dan kan het zijn dat je jouw huis moet verkopen. Maar ook daarvoor geldt: als dat op een andere manier kan worden opgelost, dan onderzoeken we dat. Je kan denken aan behoud van de woning, maar met schuldvernieuwing.

Op grond van de wet ben je niet beschikkingsbevoegd over je vermogen wanneer je wordt toegelaten tot de Wsnp. Beschikkingsbevoegd wil zeggen dat je het recht hebt om ergens over te mogen beschikken. Als je dus niet meer beschikkingsbevoegd bent over je vermogen, mag je niet meer bepalen wat je met dit vermogen doet. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld jouw auto niet zomaar mag verkopen.

“Wij begeleiden u graag naar een schuldenvrije toekomst”

Kortom

Ik hoop dat ik wat vooroordelen de wereld uit heb geholpen. In de schuldsanering zitten is zeker niet gemakkelijk. Dat begrijpen wij als bewindvoerders heel goed.

Je zal hard moeten werken voor een schone lei, maar daar staat wél een schuldenvrije toekomst tegenover. Voor advies of vragen over de Wsnp, kun je contact opnemen met mij: styrrell@tenadvocaten.nl

Sandra Tyrrell-Bierkens