De 10 meest gebruikte juridische termen die een niet-advocaat écht niet begrijpt – maart

De gemiddelde Nederlander spreekt lekker vlot Nederlands. De gemiddelde advocaat spreekt erg moeilijk – soms zelfs onbegrijpelijk – Nederlands. Doen ze dat om interessant te lijken? Is het omdat bepaalde documenten/zaken nou eenmaal dat moeilijke woord toegewezen hebben gekregen? Nog belangrijker is: kan het makkelijker?

Er wordt ook wel gesproken over jip-en-janneketaal, iets (moeilijks) uitleggen in makkelijke en begrijpelijke taal. Als een woord heel moeilijk klinkt, kan het best zo zijn dat de betekenis ervan easy peasy lemon squeezy is. Op advocatenkantoren wordt regelmatig gegooid (niet letterlijk) met jargon, dus hieronder volgen tien van die moeilijke woorden die eigenlijk easy peasy zijn, deze keer met als thema: faillissementen. Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

1. Activa: de bezittingen/het vermogen van een onderneming. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen vlottende activa en vaste activa. Vlottende activa zijn bezittingen die gedurende één ‘productieproces’, dus voor kortere tijd, worden gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de voorraad van een onderneming. Vaste activa staan vaak langer op de balans van de onderneming, meestal langer dan één jaar, zoals een bedrijfspand.

2. Crediteur: een (rechts)persoon die een vordering op jou heeft. Oftewel: aan wie je nog dient te betalen.

3. Debiteur
: een (rechts)persoon op wie jij een vordering hebt. Oftewel: die aan jou dient te betalen.

4. Doorstart: (een gedeelte van) de activa van de gefailleerde worden door de curator verkocht aan een doorstarter. De doorstarter betaalt dus een koopprijs voor de overname van bezittingen van de failliete onderneming. De doorstarter is niet verplicht om de bestaande overeenkomsten over te nemen, dat geldt dus ook voor arbeidsovereenkomsten. De doorstarter mag zelf bepalen welke activa hij overneemt en welke overeenkomsten hij aangaat. Als de doorstarter ervoor kiest om een overeenkomst over te nemen, moet hij zich goed realiseren dat alle rechten en verplichtingen behorende tot het contract overgaan op de doorstarter. De schulden van de failliete (rechts)persoon blijven achter in het faillissement.

5. Faillissement: een schuldenaar (onderneming/persoon) die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en meerdere schulden onbetaald laat kan in staat van faillissement worden verklaard. De faillissementsuitspraak (een vonnis) wordt door de rechter gedaan. Een schuldenaar kan op eigen aangifte failliet worden verklaard, of op verzoek van één of meerdere schuldeisers. De faillietverklaring kan ook worden uitgesproken, om redenen van openbaar belang, op verzoek van het Openbaar Ministerie.

6. Faillissementsverslag: de curator schrijft regelmatig in het faillissement waarin hij als curator door de rechtbank is aangesteld, een (voortgangs)verslag. Het kan per rechtbank verschillen hoe vaak de curator het verslag dient te schrijven. Bij de rechtbank Oost-Brabant is het verplicht om één maand na de uitspraak van het faillissement een verslag uit te brengen en daarna iedere zes maanden. Verslagen worden openbaar gemaakt door publicatie in het Centraal Insolventieregister (zie: https://insolventies.rechtspraak.nl/#!/zoeken/index). Faillissementsverslagen van natuurlijke personen worden niet gepubliceerd maar zijn op te vragen bij de rechtbank.

7. Insolventieregister: het Centraal Insolventieregister op Rechtspraak.nl bevat de gegevens van faillissementen, surseances van betaling en schuldsaneringen natuurlijke personen die in de lokale registers bij de verschillende rechtbanken worden bijgehouden. Alle insolventiegegevens gepubliceerd ná 1 januari 2005 zijn raadpleegbaar tot zes maanden na beëindiging van de insolventie.

8. Rechter-Commissaris (RC): bij het uitspreken van een faillissement wordt naast een curator ook een RC benoemd. De RC houdt toezicht op de werkzaamheden van de curator. Vaak moet de curator, bijvoorbeeld voor de verkoop van activa of het opzeggen van een huurovereenkomst, toestemming vragen aan de RC.

9. Pandrecht: stel je voor: je hebt aan iemand een geldbedrag uitgeleend. Je verwacht dit bedrag binnen een paar jaar terug te ontvangen van diegene. Dan is er natuurlijk het risico dat de ander het bedrag nooit terugbetaalt. Als zekerheid voor terugbetaling kun je een pandrecht vestigen op roerende zaken, zoals auto’s of voorraad. Een pandrecht wordt gevestigd om zekerheid te verkrijgen. Als de ander niet voldoet aan de terugbetalingsverplichting, dan mag je als pandhouder de zaak waarop het pandrecht rust, laten veilen. Uit deze verkoop volgt een opbrengst waaruit jouw vordering (deels) kan worden voldaan.

10. Akkoord: in een faillissement kan door de gefailleerde een akkoord worden aangeboden. (Bestuurder van) gefailleerde doet een voorstel aan schuldeisers om tegen een percentage van de gehele vordering finale kwijting te verkrijgen. Bijvoorbeeld: je hebt een vordering van € 100,- en krijgt 20% van de vordering betaald (€ 20,-), maar de  € 80,- die overblijft, krijg je niet meer. Over het algemeen wordt hiermee ingestemd, omdat er in heel veel gevallen in een faillissement, zonder akkoord, vrijwel niets aan schuldeisers wordt uitgekeerd. In het voorbeeld waarin een akkoord wordt aangeboden, wordt in ieder geval nog een gedeelte van de vordering (€ 20,-) voldaan.

Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

Als je de volgende keer nou denkt: ‘wat zegt ze nou?’, dan hoor ik het graag en leg ik het gewoon nog een keer uit.

Denise Janssen