De 10 meest gebruikte juridische termen die een niet-advocaat écht niet begrijpt – januari

De gemiddelde Nederlander spreekt lekker vlot Nederlands. De gemiddelde advocaat spreekt erg moeilijk – soms zelfs onbegrijpelijk – Nederlands. Doen ze dat om interessant te lijken? Is het omdat bepaalde documenten/zaken nou eenmaal dat moeilijke woord toegewezen hebben gekregen? Nog belangrijker is: kan het makkelijker?

Er wordt ook wel gesproken over jip-en-janneketaal, iets (moeilijks) uitleggen in makkelijke en begrijpelijke taal. Als een woord heel moeilijk klinkt, kan het best zo zijn dat de betekenis ervan easy peasy lemon squeezy is. Op advocatenkantoren wordt regelmatig gegooid (niet letterlijk) met jargon. Deze maand komen veelgebruikte juridische afkortingen aan bod. Ken jij ook zo’n afkorting? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

1. A-G (bij de Hoge Raad): advocaat-generaal.
Een advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseert de Hoge Raad. Hij brengt onafhankelijk advies uit over lopende procedures. Het advies dat een A-G geeft, heet een “conclusie”. Een A-G “neemt conclusies”. De Hoge Raad kan dit advies opvolgen, maar kan daar ook van afwijken.

2. AP: Autoriteit Persoonsgegevens.
De AP houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens (AVG en UAVG). Klik hier om mijn blog ‘De 10 grootste misverstanden over de AVG’ te lezen.

3. BW: Burgerlijk Wetboek.
Het BW bestaat uit meerdere boeken die de rechtsverhoudingen tussen burgers onderling regelen (burgerlijk recht). Voorbeelden hiervan zijn: ondernemingsrecht, familierecht en arbeidsrecht .

4. B.V.: Besloten Vennootschap.
Een B.V. is een rechtspersoon (ondernemingsvorm). De B.V. is besloten, omdat de aandelen niet vrij overdraagbaar zijn; de aandelen staan op naam.

5. EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
Het EVRM is een Europees verdrag (overeenkomst tussen staten) waarin de mensen- en burgerrechten van alle inwoners van de aangesloten landen zijn vastgelegd. Dit verdrag is op 4 november 1950 in Rome tot stand gekomen.

6. HR: Hoge Raad.
​De HR is de hoogste rechter in Nederland op het gebied van civiel recht (zie eerdere blog), strafrecht en fiscaal recht. De HR is een cassatierechter waarbij alleen kan worden geklaagd over de verkeerde toepassing van het recht door de rechtbank en het hof (eerste en tweede aanleg, zie eerdere blog). De HR beoordeelt de feiten dus niet opnieuw.

7. NJ: Nederlandse Jurisprudentie.
In een procedure bij de rechtbank, het hof of de HR, doet de rechter uiteindelijk een uitspraak. Alle uitspraken van rechters samen, heten jurisprudentie. Dit is een ander woord voor rechtspraak. Jurisprudentie kan bijvoorbeeld belangrijk zijn wanneer een andere procedure een zelfde of vergelijkbaar conflict inhoudt. De rechter kan een eerdere uitspraak, of delen ervan, gebruiken voor de nieuwe situatie.

8. NOvA: Nederlandse Orde van Advocaten.
De NOvA is de beroepsorganisatie voor de advocatuur. De NOvA is op basis van de Advocatenwet ingesteld op 1 oktober 1952. Alle advocaten in Nederland samen vormen de NOvA.

9. Rb: Rechtbank.
De Rb is een rechterlijke instantie waar (vaak in eerste aanleg) de behandeling van een zaak plaatsvindt. Rechters beoordelen de zaak, nemen een beslissing en doen uitspraak.

10. RC: rechter-commissaris (in faillissement).
Bij het uitspreken van een faillissement wordt naast een curator ook een RC benoemd. De RC houdt toezicht op de werkzaamheden van de curator. Vaak moet de curator, bijvoorbeeld voor de verkoop van activa of het opzeggen van een huurovereenkomst, aan de RC toestemming vragen.

Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

Als je de volgende keer nou denkt: ‘wat zegt ze nou?’, dan hoor ik het graag en leg ik het gewoon nog een keer uit.

Denise Janssen