De 10 meest gebruikte juridische termen die een niet-advocaat écht niet begrijpt

De gemiddelde Nederlander spreekt lekker vlot Nederlands. De gemiddelde advocaat spreekt erg moeilijk – soms zelfs onbegrijpelijk – Nederlands. Doen ze dat om interessant te lijken? Is het omdat bepaalde documenten/zaken nou eenmaal dat moeilijke woord toegewezen hebben gekregen? Nog belangrijker is: kan het makkelijker?

Er wordt ook wel gesproken over jip-en-janneketaal, iets (moeilijks) uitleggen in makkelijke en begrijpelijke taal. Als een woord heel moeilijk klinkt, kan het best zo zijn dat de betekenis ervan easy peasy lemon squeezy is. Op advocatenkantoren wordt regelmatig gegooid (niet letterlijk) met jargon, dus hieronder volgen tien van die moeilijke woorden die eigenlijk easy peasy zijn. Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

1. Aanleg: dit is niet alleen iets wat jouw vader of moeder heeft en jij van ze hebt geërfd. Dit betekent in het dagelijks leven op een advocatenkantoor de rechtelijke instantie waar de behandeling van de zaak plaatsvindt. Nog steeds onduidelijk. De eerste aanleg is de rechtbank, daarvan hebben we er elf in Nederland. Na de eerste aanleg, komt de twee aanleg, namelijk het gerechtshof. Daarvan zijn er vier in Nederland (waaronder eentje in ’s-Hertogenbosch!).

2. Akte: papier dat als bewijs gebruikt kan worden.

3. Appel: Lekker en gezond, maar dat wordt hier niet bedoeld. Appel heeft te maken met de ‘aanleg’ (zie hierboven). Appel is namelijk het sprongetje van de eerste aanleg (rechtbank) naar de tweede aanleg (gerechtshof). Als een van de partijen in een procedure dat sprongetje maakt, dan heet die partij de ‘appellant’.

4. Dagvaarding: of was het nou ‘dagvaardiging’? Een dagvaarding is een oproep op papier om op een bepaalde dag en tijd bij een bepaalde rechter te verschijnen. In veel gevallen is dit het startpunt van een juridische procedure. Een procedure begint vaak met een dagvaarding als er een geschil/conflict is tussen burgers of ondernemingen.

5. Descente
: dit houdt in dat de rechter naar de plek toe gaat om te kijken waar het ‘conflict’ zich afspeelt of waar het probleem zichtbaar is. De rechter kan door middel van een descente een duidelijker beeld krijgen van de situatie. De rechter kan dit bijvoorbeeld doen in een procedure waarbij de ene buur heel erg boos is vanwege het geblaf van de honden van de andere buur. Het geluid kan natuurlijk wel worden opgenomen, maar dan kan nog steeds onduidelijk zijn hoe hard het geluid in werkelijkheid is. Dan kan de rechter dus ‘een descente gelasten’ en gaat dan naar de locatie toe om te horen hoe hard het geblaf daadwerkelijk is.

6. Griffier: een persoon die de rechter op de zitting (gesprek bij de rechtbank) ondersteunt en een verslag maakt van de zitting door te typen wat partijen zeggen.

7. Jurisprudentie: in een procedure bij de rechter, doet de rechter uiteindelijk een uitspraak. Alle uitspraken van rechter samen, heten jurisprudentie. De jurisprudentie kan bijvoorbeeld belangrijk zijn wanneer een andere procedure een zelfde of vergelijkbaar conflict inhoudt. Dan kan de eerdere uitspraak van een rechter ook in de nieuwe procedure worden toegepast.

8. Natuurlijk persoon: een mens van vlees en bloed. Een natuurlijk persoon is een mens in juridische zin, namelijk iemand die rechten en verplichtingen heeft, dus geen rechtspersoon (bijv. een B.V.).

9. Pleidooi: tijdens een procedure bij bijvoorbeeld de rechtbank, kunnen partijen worden opgeroepen om naar de rechtbank te komen om hun standpunt mondeling toe te lichten. Een pleidooi in het recht is een betoog waarin de advocaat probeert anderen (zoals de rechter en de wederpartij) ergens van te overtuigen en daardoor iets te bereiken. In een pleidooi komt de advocaat op voor de belangen van zijn cliënt.

10. Proces-verbaal: het ‘proces-verbaal’ heeft twee betekenissen. Het is een officieel verslag op papier van een politieambtenaar met de waargenomen feiten, maar het is ook een verslag op papier van alles dat tijdens de zitting bij de rechtbank is besproken.

Als je de volgende keer nou denkt: ‘wat zegt ze nou?’, dan hoor ik het graag en leg ik het gewoon nog een keer uit. Ken jij ook zo’n woord? Laat het me weten, dan komt het terug in de volgende ‘De 10…’.

Denise Janssen